VERRIJZENIS VAN CHRISTUS
gebaseerd op baron D'Holbach : Histoire critique de Jésus-Christ (1770)
Officieel kent de kerk slechts 4 evangeliën die onder invloed van de Heilige Geest geschreven zijn: dat van de apostelen Mattheus en Johannes en van Marcus en Lucas, leerlingen van de apostelen. Volgens de chronologie van de kerk werd het laatste evangelie, dat van Johannes, geschreven 60 jaar na de dood van Christus. Johannes zou dan ongeveer 90 jaar geweest zijn ... Modern objectief Bijbelonderzoek situeert het ontstaan van de evangeliën echter enkele eeuwen later, toen de christenen moesten aantonen dat zij de continuïteit van de Joodse religie waren. De Romeinen hadden het immers niet zo met nieuwe godsdiensten.
Met de dood van Christus hadden de apostelen hun C4 gekregen. Zij waren een luxeleven gewend, leefden rijkelijk van de opbrengsten van voorspellingen, exorcisme en mirakels en dat zou nu voorbij zijn ? Het was voor hen duidelijk veel interessanter mensen te vangen dan vissen te vangen. Het is dan ook veel winstgevender de mensen te vertellen dat hij die tijdens zijn leven anderen uit de dood had opgewekt, zichzelf naar de levenden had teruggetoverd. Trouwens, volgens het evangelie had Christus dit voorspeld. De apostelen hadden er dus alle belang bij het lijk zo spoedig mogelijk te laten verdwijnen. Het lijk verdween reeds op de 2e dag, wat niet wil zeggen dat iedereen daar getuige van was. We zullen aantonen dat de bronnen elkaar voortdurend tegenspreken, meer zelfs : ze zijn het op zo goed als op geen enkele punt met elkaar eens, noch over plaats, noch over tijdstip, noch over de aanwezigen !
Merken we terloops nog op dat één van de apocriefe evangeliën (evangeliën die later door de reeds machtige kerk werden geschrapt als zijnde heidens), dat van Nicodemus, ons gedetailleerd uitlegt waarmee Christus de tijd tussen dood en verrijzenis doorbracht: hij maakte een uitstap naar de hel, bevrijdde daar Hogepriesters en Schriftgeleerden, ketent Satan vast, .... Hoe weten we dat? Nicodemus kan het moeilijk met eigen ogen gezien hebben, maar daar weet hij raad mee. 2 Lijken die en passant ook uit de dood gewekt zijn, vertellen dit aan Anne, de nicht van de Maagd Maria. Maar we noteren dat van de vele tientallen evangeliën (waarvan er tegenwoordig slechts 4 meer door de kerk erkend zijn) alleen Nicodemus dit verhaalt.
We kunnen nu drie manieren aantonen waarop Christus uit de grot kon komen. Indien hij niet dood was, dan is zijn verrijzenis niet verrassend. De grot waarin Christus werd geplaatst kon, wat zeer waarschijnlijk is, nog toegangen hebben. Zo kon niet alleen Christus op eigen houtje (1e) ontsnappen, maar konden anderen (2e) makkelijk het lijk wegdoen. Ten derde is er nog de mogelijkheid dat Christus nooit in die grot geplaatst werd.
Hoe ook, het was belangrijk direct het gerucht te verspreiden dat Christus terug in leven was. Zoals Paulus zelf zei: “Indien Christus niet verrezen is, dan is onze hoop ijdel”. Inderdaad, zonder deze 'coup de force' zou Christus roemloos opgenomen worden in de lange lijst profeten, helderzienden en andere flessentrekkers. Over het belangrijkste kenmerk van het christelijk geloof, het uit de dood opstaan van de zoon van God, is het belangrijk dat de feiten exact juist zijn. Dat de getuigen betrouwbaar zijn. Dat we met ons verstand, onze rede zonder schaamte kunnen zeggen: het verhaal klopt. Als betrouwbare getuige wordt ons de Bijbel opgedrongen, want de eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat er buiten de Bijbel, geen enkel ooggetuigenverslag gekend is. Alhoewel ook de Bijbel geen ooggetuigenverslag is: hij ontstond pas eeuwen later en werd duidelijk 'aaneengeplakt' met als enig doel ruggensteun te geven aan die fractie binnen de kerk die aan de winnende hand was. We mogen de kerk immers niet zien als één aaneengesloten blok. De heilige Augustinus (4e-5e eeuw) stelde een lijst op met maar liefst 88 heidense sekten die binnen de kerk actief waren!
We onderwerpen dus de getuigen in de 4 evangeliën aan een onderzoek. Waren zij objectief of onbetrouwbaar, vooringenomen ? Nemen we de apostelen. Waren zij getuige van de dood en verrijzenis ? Nee, helemaal niet. Ze vinden enkel een leeg graf. Bij de arrestatie van Christus waren ze gevlucht en pas een dag na de verrijzenis komt Christus hen opzoeken.
Sommige apostelen zagen hun luxeleven wegsmelten nu hun meester weg was. Anderen hadden plannen om, gebruik makend van dubbelzinnige voorspellingen, de draad weer op te nemen alsof er niets gebeurd was. Zij hadden er alle belang bij het gerucht van een opstanding uit de dood te verspreiden. Dat ze Christus gezien hadden toen hij triomfantelijk uit zijn graf, uit de dood opstond. Zij kenden de eenvoud-van-geest van hun publiek en wisten dus dat zij minstens een deel van hen zouden kunnen meetrekken en overtuigen.
Rest ons te onderzoeken of de getuigen elkaar of zichzelf niet tegenspreken. Slechts 2 van de 4 evangeliën verkondigen dat Christus aan zijn apostelen zijn verrijzenis, nochtans een sleutelelement in het geloof, voorspeld had (Mat 26,32 en Marc 14,28). De apostelen waren dus verwittigd? Nee, insinueert Johannes, die zegt (20,9) dat zelfs staande aan het lege graf zij “nog niet begrepen”. Ze bleken volgens Johannes absoluut niet op de hoogte van de voorspelling. Iemand met slechte voornemens (wij dus) zou kunnen aannemen dat de letterlijk identieke zin bij Mattheus en bij Marcus er doelbewust werd ingelast om extra autoriteit te geven aan de stelling van de verrijzenis. Mattheus 27,63 is echter nog duidelijker. Niet alleen de apostelen, maar ook de Hogepriesters en de Schriftgeleerden waren van de voorspelling op de hoogte (hoewel ze zich van dag vergissen: volgens hen was de verrijzenis aangekondigd voor de 3e dag na zijn dood). Datumvergissing waarmee Mattheus 12,40 eveneens zijn eigen versie van de verrijzenis (1 dag na zijn dood) tegenspreekt. Merken we terloops nog op dat de Hogepriesters en Schriftgeleerden tijdens het verhaal ook Pilatus (dus de Romeinen) op de hoogte brengen. Kortom: iedereen wist het. Het is dus des te verbazender dat er geen enkele nieuwsgierige inwoner van Jeruzalem post ging vatten aan de grot teneinde getuige te zijn van de Show van het Jaar. Iemand die zogezegd al doden weer levend heeft gemaakt kondigt aan dat hij nu die truc op zichzelf zal toepassen, en geen haan wil komen kijken! Geen kraampjes met t-shirts van de gebeurtenis, geen worstenkramen, niets ...
Volgens de Bijbel sterft Christus de vrijdag (9u 's morgens of in de namiddag, naar gelang de bron) en verrijst hij de volgende dag 's morgens vroeg, Dat veronderstelt dat hij zich levend heeft gemaakt op de heilige Sabbat, dag waarop alle arbeid verboden is. Naargelang de evangelist aandachtig is zal hij de verrijzenis dan ook de 2e dag na de dood laten plaatsvinden. In ieder geval is Mattheus 12,40 (net zoals zoveel gezegden in de Bijbel) zo duister dat het voor zijn doelpubliek – wat niet hetzelfde is als de moderne mens die de verlichting heeft aangedaan – moeilijk moet zijn hieruit af te leiden dat Christus ter dood zou gebracht worden en verrijzen. Nogmaals vermoeden wij dat deze zin er speciaal werd ingelast om de verrijzenis extra bewijskracht te geven.
Johannes vermeldt dat Christus na de kruisafneming (men is het er thans over eens dat er niet genageld werd en er eerder sprake was van palen dan van kruisen, maar dat is een ander verhaal) door Nicodemus gebalsemd werd met een mengsel van 100 pond aloë en mirre, en in zwachtels gewonden in een bestaand graf werd gelegd. Daarentegen vertellen de 3 andere evangelisten dat er 2 vrouwen bij waren (Maria Magdalena en Maria de moeder van Christus) en dat er een nieuw graf werd gemaakt. Volgens Lucas waren het echter de 2 vrouwen die balsemden.
Verwarring en tegenspraak alom, maar het wordt nog erger. Men zou zich afvragen of beide groepen wel hetzelfde lijk balsemden en in een graf legden. Vergeten we vooral niet dat het hier om ooggetuigen gaat of minstens om mensen die de gegevens uit eerste bron hadden. En nogmaals: dit is een kernpunt van het christelijk geloof. We mogen dus rekenen op enige correctheid van de auteurs. Die 2 vrouwen maken het verhaal van Lucas nog ingewikkelder (Luc 24,1): hier treden de 2 vrouwen weer op om het lijk te balsemen, maar nu 2 dagen na de dood (de zaterdag is immers sabbat waarop niet gebalsemd werd). En dit alhoewel ze getuige waren geweest van geweest van het afsluiten van het graf met een grote steen. Ook moeten zij er inmiddels van op de hoogte zijn gebracht dat er wachters stonden om te zorgen dat er niets in of uit het graf kwam. Maar blijkbaar waren onze kloeke madams niet bang: niet van grote stenen en niet van wachters. En daarbij moesten zij ook de voorspelling van hun Heer kennen: hij zou uit de dood opstaan en moest dus niet gebalsemd worden. Zij krijgen zelfs onder hun voeten van de aartsengelen die hen er aan herinneren dat Christus zijn dood en verrijzenis had voorspeld.
We merken terloops op dat zowat iedereen rond dat graf dartelde, en er niemand afgeschrikt werd door de Romeinse bewakers, de bewakers van de Hogepriesters en Schriftgeleerden. En nu zijn daar ook nog de supermilitair uitgedoste aartsengelen verschenen. Volgens Mattheus lopen de soldaten weg als ze de aartsengelen zien de steen wegrollen. Ze rennen naar de hogepriesters die het verhaal direct geloven en de soldaten opdracht geven aan iedereen te vertellen dat ze in slaap waren gevallen en dat de apostelen tijdens hun slaap de steen hadden weggerold en het lijk geroofd hadden. Hiervoor kregen ze een beurs met geld overhandigd. De inwoners van Jeruzalem moeten maar geloven dat de soldaten zeer vast sliepen. Terloops merken we op dat de soldaten enkel 2 militaristische engelen hebben gezien en helemaal niet de verrijzenis-an-sich of zelfs maar Christus. En misschien waren er helemaal geen aartsengelen maar een groep goed bewapende apostelen (eventueel met nog een beurs geld als extra-argument ?) In die context blijft het verbazend dat de priesters zonder probleem enerzijds de aartsengelversie geloven, maar zich daarbij niet vol ontzag in de grond werpen (de voorspelling komt uit, God zal zich op ons wreken) maar de nuchterheid hebben de soldaten te betalen en hen te verplichten een leugenachtig apostelversie rond te vertellen. Wat de soldaten ook doen: ze zijn banger van de Hogepriester dan van de aartsengelen, wat me nogal irrealistisch voorkomt. En waarom reageren de priesters zo absurd ? De voorspelling komt uit: Hij die door de Hogepriesters ter dood was gebracht blijkt nu toch de zoon van God te zijn, zal levend worden of is het al, ze mogen zich aan represailles verwachten ( als we het Oude Testament overlopen is God duidelijk een agressief moordzuchtig iemand die zijn hand niet omdraait voor het uitmoorden van hele volkeren, dus ze mogen zich aan wat verwachten) en wat doen de Hogepriesters: ze laten een verhaaltje over de apostels rondstrooien .... Van enig doorzicht kunnen we hier niet spreken! Geen haar op hun hoofd denkt er aan Jezus te erkennen en het nieuwe geloof aan te nemen! Terloops mogen we hier ook twijfelen aan het doorzicht van de aartsengelen : hun enige getuigen worden op de vlucht gejaagd nog voor de actie plaats grijpt. Er is inderdaad nergens in de Bijbel een directe getuige van de verrijzenis te vinden. De Bijbel vermeldt over de feitelijke verrijzenis geen enkel detail. Er wordt ook niet vermeld of de verrijzenis het werk is van de aartsengelen of van de dode Christus zelf (hij heeft het al bij anderen gedaan).
De evangelisten blijven elkaar tegenspreken. Na de verrijzenis komen de verschijningen. Mattheus stelt dat de eerste verschijning bij de 2 Maria's was, die niet bewusteloos van schrik vielen, maar tot aanbidding overgingen. Johannes weet enkel van Maria Magdalena, die hem eerst niet herkent. Was haar vriend dan zo verandert ? Jezus is misschien nog niet helemaal van vlees en bloed, want hij beveelt Maria Magdalena hem niet aan te raken. Maar volgens Mattheus kussen de twee Maria's zijn voeten! We merken op dat volgens Johannes Maria Magdalena Jezus ziet aan het graf en volgens Mattheus ziet ze hem op weg naar de apostelen.
Wat zegt Jezus tot die eerste getuigen ? Hij geeft, volgens Johannes, hen opdracht de apostelen te waarschuwen dat hij naar Zijn Vader gaat, maar volgens Mattheus beveelt hij de apostelen naar Galilea te gaan. Wat moeten die arme vissers, de apostelen, nu wel of niet geloven ? Volgens Marcus geloven de apostelen de drie vrouwen (Ja, er is plots een derde vrouw – Johanna – bijgekomen) niet en verwijten hen beuzelarijen te vertellen.
Ook omtrent de ontmoeting aartsengelen – apostelen verschillen de evangeliën. Volgens de ene komen de apostelen voor de engelen, volgens de andere na de engelen en volgens Johannes ziet Petrus er in zijn versie zelfs geen. Ook over het aantal geraken ze het niet eens: 1 of 2. Marcus weet ons mee te delen dat de engelen er uitzien als een jonge man. Niet te geloven dat ze in de Middeleeuwen discussieerden over het geslacht van de engelen ! Het stond in de Bijbel: engelen zijn mannelijk. Nochtans vind ik al die afbeeldingen nogal vrouwelijk ...
Er zijn verder nog de 2 Emmaüsgangers: ook zij herkennen Christus niet. Vreemd dat Christus het effect van zijn verrijzenis grotendeels teniet doet door overal op te duiken in een gedaante waarin men hem niet herkent. De straffe truc van de verrijzenis zakt op die manier een beetje als een slappe pudding ineen.
Mattheus, Marcus en Lucas melden dat de apostelen Christus slechts 1 keer te zien krijgen, Johannes heeft het over 3 keer. Maar in de Handelingen van de apostelen schrijft diezelfde Lucas over meerdere ontmoetingen. Mattheus en Marcus melden dat de apostelen naar Galilea gestuurd worden, maar Lucas (en de Handelingen) delen ons mee dat hij hen beval Jeruzalem niet te verlaten. De laatste verschijning aan de apostelen was volgens Mattheus op een berg in Galilea, volgens Lucas in Jeruzalem.
Maar Lucas is ook de kluts kwijt: in zijn evangelie stelt hij dat Christus op de dag van zijn verrijzenis aan de apostelen verscheen en daarop “ten hemel opgenomen” werd. Maar in zijn Handelingen schrijft hij dat Christus nog 40 dagen op aarde bleef om de apostelen te onderrichten (met andere woorden hen met zijn gezag te installeren). Bij Johannes komen er 2 verschijningen te midden van de apostelen, terwijl alle deuren en vensters gesloten waren, met de ongelovige Thomas in de hoofdrol. Johannes vermeldt dat Christus nog “vele tekenen” (mirakels ?) heeft gedaan. Een spektakel dat we graag hadden meegemaakt wordt bij Marcus beschreven: in de plotse verschijning van Christus (gesloten deuren en ramen want de apostelen zijn nog steeds bang van de joden) menen de apostelen een geest te zien, maar deze “geest” heeft honger en eet voor hun ogen een stuk geroosterde vis. Christus kan zichzelf uit de dood toveren, maar kan een hongertje niet uitschakelen. Tellen was niet de sterkste kant van de evangelisten. We weten immers dat de apostelen nog met 11 waren (Judas had zich gezelfmoord). Nochtans schrijven de evangelisten dat de apostelen nog met 12 waren. Was Judas ook verrezen, hadden ze een nieuwe visser lid gemaakt?
We willen hier niet te ver uitweiden door er de duivelsverzen bij te halen, maar wie garandeert dat een dergelijke tovenaar die alle wetten van de natuur omzeilt en uitschakelt, niet de duivel himself is. De Bijbel staat vol met verhalen van duivelverschijningen waarbij hij zich meesterlijk heeft vermomd. In de eerste bladzijden van de Bijbel treedt hij reeds op in de gedaante van een slang. Zijn die verschijningen dan geen grappen van een vermomde duivel ?
Al met al kunnen we concluderen dat de getuigen elkaar op zowat alle punten tegenspreken. Het is zelfs niet mogelijk een 'meest-geloofwaardige-evangelist' te benoemen. In feite gebruiken we ook het woord 'getuige' verkeerd. Zelfs volgens de Bijbel heeft NIEMAND de verrijzenis gezien. Er is alleen een leeg graf en verschijningen van een geest die geroosterde vis eet. Uiteindelijk is dit een zeer zwakke basis om een godsdienst op te bouwen. God blijkt weer eens een slechte regisseur van zijn toneelstukken te zijn. Net als nu in de Moderne Tijd zijn er nooit camera's of betrouwbare neutrale getuigen in de buurt als hij nog eens verschijnt of een lekker ouderwets mirakel tovert. Zo een straffe stoot uithalen en dan vergeten voor publiek en getuigen te zorgen. Het was niet de enige regiefout: de 'Hemelvaart' gebeurde eveneens in alle discretie. Waar het geloof een reusachtige boost zou gekend hebben indien Christus voor een duizendkoppige menigte zou weg zweven tussen de wolken, gebeurt het nu bijna in de illegaliteit, met weinig apostelen en geen getuigen. De lezer wordt door de 4 evangelisten ook voor raadsels gezet: 2 van hen verschillen van mening over de plaats van gebeuren. Mattheus en Johannes spreken er zelfs niet over, alsof zo een straffe toer niet plaatsgreep. Marcus wekt de indruk met de Hemelvaart meegereisd te zijn: hij meldt als enige te zien hoe Christus rechts naast God op de troon plaats neemt.
Samengevat kunnen we over gans het verhaal van verrijzenis en hemelvaart Bertand Russell citeren: NOT ENOUGH PROOF !
Ivan Basyn
05/10/10