donderdag 11 november 2010

DE GEBOORTE VAN CHRISTUS

DE GEBOORTE VAN JEZUS CHRISTUS
VRIJE VERTALING VAN HOOFDSTUK II UIT “HISTOIRE CRITIQUE DE JESUS-CHRIST OU ANALISE RAISONNEE DES EVANGILES” DOOR PAUL-HENRI THIRY D’HOLBACH (1770)
Dit werk van baron D’Holbach verscheen in 1770 onder een schuilnaam. Vier jaar daarvoor was de Chevalier de la Barre te Abbeville (Fr) op de brandstapel geëindigd, samen met een exemplaar van de Dictionnaire Phylosophique van Voltaire, omdat hij als uitgesproken atheïst o.a. geweigerd had de hoed af te nemen bij het passeren van een processie. De baron hield bij hem thuis wekelijks met spijs en drank gezegende bijeenkomsten waar voor een uitgelezen schare vrienden en kennissen de wetenschap en filosofie werd besproken. Zelfs binnen die kennissenkring was atheïsme nog dikwijls een gevaarlijk thema. Een frontale uitval onder eigen naam zou de baron binnen de kortste keren zelf op de brandstapel gebracht hebben. Vandaar de stijloefening om het in dergelijke geschriften over ‘de ongelovigen’ in de derde persoon te hebben. De teksten komen in ons westers tijdsbeeld pamfletair over, maar zijn tegelijk zeer voorzichtig. Hij zaait twijfel, doet zij die het durven nadenken, zet aan tot discussie. In die zin is dit historisch werkje niet alleen voor insiders leuk om lezen, maar kan het nog altijd kiemen van de rede, dit vergif voor alle godsdiensten, zaaien.
Alle profeten uit de heilige boeken van de joden bevestigen dat God hen een bevrijder, een afgezant, een Messias zal sturen die de macht van Israël zal herstellen. Deze bevrijder zou uit de stam van David komen. David, die de hartenprins van God was, zo onderworpen aan de priesters, zo toegewijd aan de religie. Het was zonder twijfel om de devotie en volgzaamheid van deze heilige machtswellusteling te belonen dat de profeten en de priesters, vervuld van zijn weldaden, hem uit naam van de hemel beloofden dat zijn familie eeuwig zou heersen. Deze fameuze voorspelling wordt echter spoedig ontkracht door de gevangenschap in Babylon en de periode die daarop volgt. De toenmalige joden, niet minder lichtgelovig dan hun voorouders, blijven vol verwachting en blijven elkaar en zichzelf wijsmaken dat het onmogelijk is dat hun profeten en hun zieners hen, al dan niet opzettelijk, hebben willen bedriegen.
Bijgevolg beeldden zij zich in dat hun voorspellingen vroeg of laat zouden in vervulling gaan en dat ze een afstammeling van David zouden krijgen die de natie in eer zou herstellen. Het was om zich aan te passen aan die voorspellingen dat de schrijvers van die evangeliën hun best deden om aan Jezus Christus een stamboom te geven waaruit moest blijken dat hij in rechte lijn afstamt van David en daardoor, door zijn geboorte het recht had om zich de Messias te noemen.
Alhoewel: de critici hebben zich op die stamboom geworpen en zij die niet gehinderd worden door hun geloof zijn verrast te zien dat de Heilige Geest deze stamboom aan de 2 evangelisten die hem vermelden, op een verschillende manier heeft meegedeeld. Inderdaad, zoals reeds herhaaldelijk werd vastgesteld is het evangelie van Mattheüs verre van gelijk aan dat van Lucas. Tegenstellingen die de christelijke onderzoekers in moeilijkheden brengen waar hun subtiliteiten hen niet uit kunnen redden. Zij zeggen ons dat de ene stamboom die van Jozef is. Maar als we aannemen dat die Jozef van de stam van David is, dan kan de ware christen niet aannemen dat hij de biologische vader van Christus is. Aangezien zijn geloof hem ten stelligste gebied te geloven dat Christus de zoon van God is. Dus zijn de twee verschillende stambomen van Maria. Maar in dit geval heeft de Heilige Geest zich in één van de stambomen vergist. De ongelovigen kunnen zich enkel beklagen over dit gebrek aan preciesheid bij zij die zich verwaardigen te stellen dat zij door de Heilige Geest geïnspireerd zijn.
Hoe men het ook draait of keert, één van de stambomen is foutief en onvolledig, de afkomst van Jezus is dus maar flauwtjes aangetoond. Nochtans is het een punt dat aandacht verdient, speciaal bij de joden waar die stamboom zo belangrijk is om zich de Messias te kunnen noemen. Laten we dus naar de details rond de geboorte van Christus kijken. Eén evangelist gaat daar dieper op in, de andere gaan zeer licht over die wonderbaarlijke maar zo belangrijke gebeurtenissen. Mattheus, tevreden met zijn stamboom, spreekt maar weinig over de bovennatuurlijke manier waarop Jezus in de buik van zijn moeder terechtkwam. Het woord van een engel in een droom volstaat voor Jozef om hem te overtuigen van de deugdzaamheid van zijn vrouw: hij adopteert zonder probleem het kind dat zij draagt. Marcus spreekt helemaal niet over die merkwaardige gebeurtenissen. Johannes, die dit feest had kunnen verfraaien dank zij zijn mystiek-theologische en platonische opleiding, of beter het had kunnen omzwachtelen op een manier waarop het veilig zou zijn voor de aanvallen van de critici, spreekt er met geen woord over. We zijn dus verplicht ons te behelpen met de materiële bewijzen die Lucas ons heeft nagelaten. Volgens deze evangelist was Elisabeth, een bloedverwante van Maria en gehuwd met de priester Sacharias, zes maand zwanger toen God de engel Gabriel naar Nazareth zond, bij een maagd, t.t. zeggen die nog geen gemeenschap had gehad, uit het huis David, en die maagd noemde Maria. Het feit dat Elisabeth met een priester gehuwd was toont trouwens aan dat haar familie niet uit het huis van David kon komen, want om met een priester te kunnen huwen moest men van het huis Levi zijn. Ook Maria was dus van het huis Levi, en niet van het huis David die de Messias zou leveren. Ook de H. Augustinus bevestigt dat in zijn boeken. De engel was dus binnengekomen in de kamer van Maria en begroette haar. Maria schrok natuurlijk maar de engel sprak: “Zie gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen; God de Heer zal hem de troon van zijn vader schenken en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen”. Maria was niet overtuigd want ze antwoordde: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen gemeenschap heb met een man?” Toe sprak de engel: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal over u komen. Wat de wereld gebracht zal worden zal heilig genoemd worden, Zoon van God.”
Maria was blijkbaar vlug overtuigd en de engel vertrok. Niets wonderbaarlijks, niets is eenvoudiger dan dit verhaaltje. Maar als we er over nadenken zien we het wonderbaarlijke verdwijnen, we zien zelfs dat de auteurs hun best deden de jonge lezers die dit verhaal lezen, niet beschaamd te maken. Een engel komt binnen bij Maria terwijl haar echtgenoot afwezig is. Hij groet haar met meer prozaïsche woorden dan die van de bijbel. “Dag mijn lieve Maria, ik vind je wondermooi, wat een aantrekkingskracht, wat een gratie. In mijn ogen ben je de mooiste aller vrouwen. Uw charmes garanderen mijn eerlijkheid. Bekroon mijn vuur, vrees de gevolgen van uw inschikkelijkheid niet, uw man is een gek die we met visioenen en sprookjes doen geloven wat we willen. De brave man zal uw zwangerschap beschouwen als een mirakel van hierboven. Hij zal uw kind met vreugde aannemen, en alles zal opperbest verlopen”.
Maria, op haar gemak gesteld door die woorden en weinig gewend aan dergelijke complimenten vanwege haar man, geeft toe: “Ik geef mij over. Ik reken op uw bedrevenheid en uw woorden. Beschik over mij zoals u het wil.” U ziet, niets is gemakkelijker om het relaas van Lucas te ontdoen van het kinderlijke wonderbaarlijke. De gebeurtenissen rond de zwangerschap van Maria vallen binnen de natuurlijke orde, en indien men een jonge man in de plaats van een engel stelt, dan heeft die passus bij de evangelist niets ongelooflijks meer. Veel mensen hebben inderdaad geloofd dat de engel Gabriel niets anders was dan een minnaar die profiterend van de afwezigheid van Jozef, zijn kans zag zijn passie te verklaren en te bevredigen. In het apocriefe evangelie van de zwangerschap van Maria staat dat Maria tot haar 16e opgevoed werd in de tempel en daar niet buiten kwam. Hier is de zwangerschap eerder van priesterlijke oorsprong, waarna de priester het wicht wijsmaken dat God er achter zat.
We zullen echter niet lang stilstaan bij de veronderstellingen over de naam en de kwaliteiten van de minnaar van Maria. De joden, wiens getuigenis in die gelegenheid verdacht moet lijken, beweren dat het om een soldaat met de naam Pantera gaat. De militairen hebben altijd rechten op schoonheden gehad. Volgens hen werd uit die relatie Jezus geboren, de ontevreden echtgenoot trok zich in Babylon terug en Jezus trok met Maria naar Egypte. Hier leerde hij het beroep van magiër dat hij later in Judea zou uitoefenen.
Wat er van die verhaaltjes ook waar is, het is duidelijk dat het verslag van Lucas, ontdaan van zijn wonderlijkheden, bij de ongelovigen steeds onoverkomelijke moeilijkheden zal oproepen. Ze zullen zich vragen stellen hoe God, die zuiver geest is, een vrouw heeft “overschaduwd” waardoor een kind werd geboren. Ze zullen zich afvragen hoe de goddelijke natuur te vereenzelvigen is met de natuur van de vrouw. Zij zullen beweren dat dit verslag de kracht en de majesteit van het Opperwezen onwaardig is, dat hij het niet nodig heeft zijn toevlucht te nemen tot zulke ridicule en onwaardige methoden om te werken aan het heil van de mensheid.
We merken nog op dat veel geestelijken zich hartstochtelijk op de vragen rond de zwangerschap hebben gestort. Was er sperma van God mee gemoeid? En de discussie over de geboorte met gesloten vagina (in verband met de maagdelijkheid). Volgens sommigen werd Jezus verwekt door drie druppels bloed die naast het hart werden ingeplant. Er werd zelfs ernstig gediscussieerd of Jezus nu een hermafrodiet was of niet, en of hij eventueel uit een koe kon geboren worden. In ieder geval merken de ongelovigen op dat God, die zo machtig is, toch geen vrouwenlichaam nodig heeft. Maar in de romans houdt men van wonderen en vooral in de godsdiensten. Men heeft dikwijls verondersteld dat grote mannen op een bijzondere wijze geboren werden. Bij de heidenen werd Minerva uit de hersenen van Jupiter geboren, Bachus uit de dij van dezelfde god. Bij de Chinezen werd de god Fo geboren uit een maagd die zwanger werd van een zonnestraal. Bij de christenen werd Jezus bij een maagd verwekt door de Heilige Geest en bleef ze niettemin maagd. Niet in staat tot de goddelijke staat op te stijgen, hebben de mensen hem tot hun eigen grootte teruggebracht. Ziehier de verklaring voor al die menswordingen waar de godsdiensten van de wereld mee bezeten zijn.
Niettemin eindigt al dat wonderlijks bij Jezus op een heel natuurlijke wijze: na 9 maanden bevalt zijn moeder, net zoals de andere vrouwen. Na al die ongelooflijke en bovennatuurlijke gebeurtenissen komt de zoon van God op aarde precies zoals de andere mensenkinderen. Deze conformiteit bij de geboorte doet sterk geloven in conformiteit bij het verwekken van de zoon van Maria. Inderdaad, het bovennatuurlijke kan enkel het bovennatuurlijke produceren, materiele zaken kunnen enkel fysieke gevolgen hebben. Op school leren we dat er in de natuur altijd evenwicht moet zijn tussen oorzaak en gevolg. Aangezien Jezus tegelijk god en mens was, zullen de ongelovigen aanvoeren dat het heilige zaad dat vanuit de hemel in de schoot van Maria werd gebracht, tegelijk goddelijk en aards was om de Zoon van God te worden. In één woord, om de taal van de theologen te spreken, de hypostatische eenheid van twee naturen in Jezus Christus moet zich voor de geboorte hebben voorgedaan en zich teruggevonden hebben in de schoot van zijn moeder. In dit geval kunnen we niet bevatten hoe de goddelijke natuur opgesloten en inactief kon blijven gedurende gans de zwangerschap, in die mate zelfs dat ze niet verwittigd werd van het tijdstip van de bevalling. Zie Lucas hoofdstuk II, het verhaal van de volksteling. Terloops merken we hier op dat volgens Lucas de gouverneur Quirinus was, terwijl we weten dat het Quintilius Varus was. Dit relaas toont aan dat voor Maria de bevalling onverwacht kwam. De Heilige Geest, die zoveel voor had gedaan, had nagelaten haar over die zaak te informeren, en dit over een zaak die de ganse mensheid aanging. De mensgeworden Christus die onderhevig is aan al de malheuren van de natuur, had kunnen ten onder gaan tijdens die voor zijn moeder zo kritieke reis. Uiteindelijk kunnen we moeilijk aannemen dat Maria over de duur van haar zwangerschap volledig onwetend was, dat de Eeuwige het kostbare kind dat hij in haar schoot had geplaatst zo aan zijn lot zou overlaten. Enkele andere feiten uit het verslag van Lucas tonen aan dat er nog meer gevaren waren. Er is ook sprake van een volkstelling bevolen door keizer Augustus. Spijtig dat geen enkele historicus dit vermeldt of er een spoor van teruggevonden heeft. We zijn nog steeds verbaasd dat de zoon van God in armoede geboren wordt, dat zijn logement een stal is, zijn wieg een voederbak. In één woord, op zo een kwetsbare leeftijd en tijdens zo een guur seizoen, blootgesteld worden aan zoveel ellende. Het is waar dat de theologen voor al die zaken een uitleg hebben. Zij beweren dat een rechtvaardige God die zichzelf wil gerust stellen, zijn onschuldige zoon aan het lijden wil blootstellen, teneinde een motief te hebben om de schuldige mensheid te vergeven. De mensheid die hem door de schuld van Adam verfoeide, maar waar diens nakomelingen nochtans geen schuld aan hebben. Als gevolg van een rechtspraak waarvan de mens zich onmogelijk een idee van de zin kan vormen, en van een god die in essentie niet in staat is te zondigen, ziet Christus zich beladen met de onrechtvaardigheden van de mens, en moet hij boeten om de woestheid in te tomen van een vader die hij niet zelf heeft gekwetst. Dit zijn de onvoorstelbare principes die aan de grondslag liggen van de christelijke theologie. Onze professoren voegen daar nog aan toe dat God wilde dat de geboorte van zijn zoon gepaard zou gaan met dezelfde moeilijkheden die de geboorte van gewone mensen vergezellen, om hen te verzoenen met de ongelukken die aan hun leven verbonden zijn. De mens, zeggen ze , is schuldig voor hij geboren wordt aangezien de kinderen geacht worden de schulden van hun vader te betalen. Zo lijdt de mens terecht als de zondaar die hij is, maar ook als de met de zonden van zijn oervader belaste mens.
Dit gezegd zijnde is het troostend voor ons te zien dat God, de onschuld en heiligheid zelve, in een runderstal lijdt aan alle ongemakken van de armoede. Deze troost zou zonder twijfel aan de mensen ontbroken hebben indien God had toegestaan dat zijn zoon in de pracht en overvloed van luxe was geboren. Indien de onschuldige Christus weinig had geleden, dan zou de mensheid, onbekwaam te voldoen aan de contractuele schuld van Adam, nog steeds uitgesloten zijn uit het aards paradijs. Wat betreft de pijnlijke reis die Maria verplicht was in kritieke omstandigheden te ondergaan, deze gebeurtenis was voorzien door de eeuwige wijsheid die beslist had dat Christus te Bethlehem en niet te Nazareth zou geboren worden. Die omstandigheid was nodig: aangezien ze voorspeld was moest ze uitkomen.
Hoe sterk die antwoorden ook zijn voor allen die het geloof in voldoende mate hebben ontvangen, ze zijn niet in staat ongelovigen te overtuigen. Zij protesteren tegen de onrechtvaardigheid een zeer onschuldige god te laten lijden en hem te beladen met de onbillijkheden van de aarde. Zij kunnen niet bevatten met welke principes van rechtvaardigheid het opperwezen de mensheid verantwoordelijk heeft gesteld voor de fout begaan door hun eerste vader zonder hun medeweten en zonder hun deelname. Zij beweren dat in een goede rechtspraak de kinderen de erfenis van hun ouders kunnen weigeren wanneer ze niet in staat zijn die schulden te betalen.
In één woord, de ongelovigen vinden dat het gedrag door de christelijke theologen aan God toegekend voor Hem beledigend is en dat ze Hem als de meest onrechtvaardige van de tirannen voorstellen. Tot slot stellen zij dat het veel wijzer was geweest de mens het zondigen te beletten in plaats van hem toe te staan te zondigen en dan zijn zoon te laten sterven om die zonde te laten uitboeten. Wat betreft de reis naar Bethlehem zien zij de noodzaak niet in. De plaats waar de redder van de mensheid zou geboren worden lijkt hen een totaal onbenullige zaak met betrekking tot het heil van de mensheid. Wat de voorspelling betreft die de glorie van Bethlehem aankondigt om de geboorteplaats van de leider van Israël te leveren, schijnt ze niet overeen te stemmen met Jezus, die in een stal werd geboren en verstoten werd door zijn volk waarvan hij de leider zou moeten worden. Slechts een vrome verwardheid kan deze voorspelling van toepassing laten worden op Jezus Christus.
Het is waar dat men ons heeft verzekerd dat het voorspeld was dat Jezus in armoede zou geboren worden, maar langs de andere kant wordt de Messias van de joden dikwijls aangekondigd als een prins, een held, een veroveraar. Men zou ons eens moeten vertellen aan welke voorspelling we ons moeten houden. Onze professoren laten niet na ons te vertellen dat de voorspellingen die de geboorte en het leven van Jezus laten plaats vinden in de armoede letterlijk moeten genomen worden, en dat diegene die het hebben over pracht en glorie figuurlijk moeten beschouwd worden. Maar deze oplossing zal de ongelovige niet voldoen. Zij zullen zeggen dat men op die manier in de Heilige Schrift en in de heilige voorspellingen alles kan terugvinden wat men wil vinden. Zij zullen besluiten dat de Heilige Schrift voor de christenen is zoals de wolken, waarin ieder de figuren kan terugvinden die hij wil.
We vermelden nog eventjes het apocriefe evangelie van de Heilige Jacobus. Hierin veegt Jozef Maria grondig de mantel uit als hij haar zwangerschap verneemt. Maria blijft haar onschuld volhouden en pas de volgende nacht verschijnt de engel Gabriel voor het eerst, maar wel bij Jozef om hem uitleg te geven. Jozef is ontgoocheld want hij rekende op een grote som geld vanwege de schuldige priesters. Tot slot riep de maagdelijke geboorte reeds vroeg vragen op. Salomon geloofde de vroedvrouw niet en legde de hand op Maria. Dadelijk leek de hand in brand te staan, maar toen Jezus ermee werd aangeraakt verdween het branderig gevoel direct.


Ivan Basyn
ivanbasyn@hotmail.be

dinsdag 5 oktober 2010

VERRIJZENIS

VERRIJZENIS VAN CHRISTUS

gebaseerd op baron D'Holbach : Histoire critique de Jésus-Christ (1770)

Officieel kent de kerk slechts 4 evangeliën die onder invloed van de Heilige Geest geschreven zijn: dat van de apostelen Mattheus en Johannes en van Marcus en Lucas, leerlingen van de apostelen. Volgens de chronologie van de kerk werd het laatste evangelie, dat van Johannes, geschreven 60 jaar na de dood van Christus. Johannes zou dan ongeveer 90 jaar geweest zijn ... Modern objectief Bijbelonderzoek situeert het ontstaan van de evangeliën echter enkele eeuwen later, toen de christenen moesten aantonen dat zij de continuïteit van de Joodse religie waren. De Romeinen hadden het immers niet zo met nieuwe godsdiensten.

Met de dood van Christus hadden de apostelen hun C4 gekregen. Zij waren een luxeleven gewend, leefden rijkelijk van de opbrengsten van voorspellingen, exorcisme en mirakels en dat zou nu voorbij zijn ? Het was voor hen duidelijk veel interessanter mensen te vangen dan vissen te vangen. Het is dan ook veel winstgevender de mensen te vertellen dat hij die tijdens zijn leven anderen uit de dood had opgewekt, zichzelf naar de levenden had teruggetoverd. Trouwens, volgens het evangelie had Christus dit voorspeld. De apostelen hadden er dus alle belang bij het lijk zo spoedig mogelijk te laten verdwijnen. Het lijk verdween reeds op de 2e dag, wat niet wil zeggen dat iedereen daar getuige van was. We zullen aantonen dat de bronnen elkaar voortdurend tegenspreken, meer zelfs : ze zijn het op zo goed als op geen enkele punt met elkaar eens, noch over plaats, noch over tijdstip, noch over de aanwezigen !
Merken we terloops nog op dat één van de apocriefe evangeliën (evangeliën die later door de reeds machtige kerk werden geschrapt als zijnde heidens), dat van Nicodemus, ons gedetailleerd uitlegt waarmee Christus de tijd tussen dood en verrijzenis doorbracht: hij maakte een uitstap naar de hel, bevrijdde daar Hogepriesters en Schriftgeleerden, ketent Satan vast, .... Hoe weten we dat? Nicodemus kan het moeilijk met eigen ogen gezien hebben, maar daar weet hij raad mee. 2 Lijken die en passant ook uit de dood gewekt zijn, vertellen dit aan Anne, de nicht van de Maagd Maria. Maar we noteren dat van de vele tientallen evangeliën (waarvan er tegenwoordig slechts 4 meer door de kerk erkend zijn) alleen Nicodemus dit verhaalt.
We kunnen nu drie manieren aantonen waarop Christus uit de grot kon komen. Indien hij niet dood was, dan is zijn verrijzenis niet verrassend. De grot waarin Christus werd geplaatst kon, wat zeer waarschijnlijk is, nog toegangen hebben. Zo kon niet alleen Christus op eigen houtje (1e) ontsnappen, maar konden anderen (2e) makkelijk het lijk wegdoen. Ten derde is er nog de mogelijkheid dat Christus nooit in die grot geplaatst werd.
Hoe ook, het was belangrijk direct het gerucht te verspreiden dat Christus terug in leven was. Zoals Paulus zelf zei: “Indien Christus niet verrezen is, dan is onze hoop ijdel”. Inderdaad, zonder deze 'coup de force' zou Christus roemloos opgenomen worden in de lange lijst profeten, helderzienden en andere flessentrekkers. Over het belangrijkste kenmerk van het christelijk geloof, het uit de dood opstaan van de zoon van God, is het belangrijk dat de feiten exact juist zijn. Dat de getuigen betrouwbaar zijn. Dat we met ons verstand, onze rede zonder schaamte kunnen zeggen: het verhaal klopt. Als betrouwbare getuige wordt ons de Bijbel opgedrongen, want de eerlijkheid verplicht ons te zeggen dat er buiten de Bijbel, geen enkel ooggetuigenverslag gekend is. Alhoewel ook de Bijbel geen ooggetuigenverslag is: hij ontstond pas eeuwen later en werd duidelijk 'aaneengeplakt' met als enig doel ruggensteun te geven aan die fractie binnen de kerk die aan de winnende hand was. We mogen de kerk immers niet zien als één aaneengesloten blok. De heilige Augustinus (4e-5e eeuw) stelde een lijst op met maar liefst 88 heidense sekten die binnen de kerk actief waren!
We onderwerpen dus de getuigen in de 4 evangeliën aan een onderzoek. Waren zij objectief of onbetrouwbaar, vooringenomen ? Nemen we de apostelen. Waren zij getuige van de dood en verrijzenis ? Nee, helemaal niet. Ze vinden enkel een leeg graf. Bij de arrestatie van Christus waren ze gevlucht en pas een dag na de verrijzenis komt Christus hen opzoeken.
Sommige apostelen zagen hun luxeleven wegsmelten nu hun meester weg was. Anderen hadden plannen om, gebruik makend van dubbelzinnige voorspellingen, de draad weer op te nemen alsof er niets gebeurd was. Zij hadden er alle belang bij het gerucht van een opstanding uit de dood te verspreiden. Dat ze Christus gezien hadden toen hij triomfantelijk uit zijn graf, uit de dood opstond. Zij kenden de eenvoud-van-geest van hun publiek en wisten dus dat zij minstens een deel van hen zouden kunnen meetrekken en overtuigen.
Rest ons te onderzoeken of de getuigen elkaar of zichzelf niet tegenspreken. Slechts 2 van de 4 evangeliën verkondigen dat Christus aan zijn apostelen zijn verrijzenis, nochtans een sleutelelement in het geloof, voorspeld had (Mat 26,32 en Marc 14,28). De apostelen waren dus verwittigd? Nee, insinueert Johannes, die zegt (20,9) dat zelfs staande aan het lege graf zij “nog niet begrepen”. Ze bleken volgens Johannes absoluut niet op de hoogte van de voorspelling. Iemand met slechte voornemens (wij dus) zou kunnen aannemen dat de letterlijk identieke zin bij Mattheus en bij Marcus er doelbewust werd ingelast om extra autoriteit te geven aan de stelling van de verrijzenis. Mattheus 27,63 is echter nog duidelijker. Niet alleen de apostelen, maar ook de Hogepriesters en de Schriftgeleerden waren van de voorspelling op de hoogte (hoewel ze zich van dag vergissen: volgens hen was de verrijzenis aangekondigd voor de 3e dag na zijn dood). Datumvergissing waarmee Mattheus 12,40 eveneens zijn eigen versie van de verrijzenis (1 dag na zijn dood) tegenspreekt. Merken we terloops nog op dat de Hogepriesters en Schriftgeleerden tijdens het verhaal ook Pilatus (dus de Romeinen) op de hoogte brengen. Kortom: iedereen wist het. Het is dus des te verbazender dat er geen enkele nieuwsgierige inwoner van Jeruzalem post ging vatten aan de grot teneinde getuige te zijn van de Show van het Jaar. Iemand die zogezegd al doden weer levend heeft gemaakt kondigt aan dat hij nu die truc op zichzelf zal toepassen, en geen haan wil komen kijken! Geen kraampjes met t-shirts van de gebeurtenis, geen worstenkramen, niets ...
Volgens de Bijbel sterft Christus de vrijdag (9u 's morgens of in de namiddag, naar gelang de bron) en verrijst hij de volgende dag 's morgens vroeg, Dat veronderstelt dat hij zich levend heeft gemaakt op de heilige Sabbat, dag waarop alle arbeid verboden is. Naargelang de evangelist aandachtig is zal hij de verrijzenis dan ook de 2e dag na de dood laten plaatsvinden. In ieder geval is Mattheus 12,40 (net zoals zoveel gezegden in de Bijbel) zo duister dat het voor zijn doelpubliek – wat niet hetzelfde is als de moderne mens die de verlichting heeft aangedaan – moeilijk moet zijn hieruit af te leiden dat Christus ter dood zou gebracht worden en verrijzen. Nogmaals vermoeden wij dat deze zin er speciaal werd ingelast om de verrijzenis extra bewijskracht te geven.
Johannes vermeldt dat Christus na de kruisafneming (men is het er thans over eens dat er niet genageld werd en er eerder sprake was van palen dan van kruisen, maar dat is een ander verhaal) door Nicodemus gebalsemd werd met een mengsel van 100 pond aloë en mirre, en in zwachtels gewonden in een bestaand graf werd gelegd. Daarentegen vertellen de 3 andere evangelisten dat er 2 vrouwen bij waren (Maria Magdalena en Maria de moeder van Christus) en dat er een nieuw graf werd gemaakt. Volgens Lucas waren het echter de 2 vrouwen die balsemden.
Verwarring en tegenspraak alom, maar het wordt nog erger. Men zou zich afvragen of beide groepen wel hetzelfde lijk balsemden en in een graf legden. Vergeten we vooral niet dat het hier om ooggetuigen gaat of minstens om mensen die de gegevens uit eerste bron hadden. En nogmaals: dit is een kernpunt van het christelijk geloof. We mogen dus rekenen op enige correctheid van de auteurs. Die 2 vrouwen maken het verhaal van Lucas nog ingewikkelder (Luc 24,1): hier treden de 2 vrouwen weer op om het lijk te balsemen, maar nu 2 dagen na de dood (de zaterdag is immers sabbat waarop niet gebalsemd werd). En dit alhoewel ze getuige waren geweest van geweest van het afsluiten van het graf met een grote steen. Ook moeten zij er inmiddels van op de hoogte zijn gebracht dat er wachters stonden om te zorgen dat er niets in of uit het graf kwam. Maar blijkbaar waren onze kloeke madams niet bang: niet van grote stenen en niet van wachters. En daarbij moesten zij ook de voorspelling van hun Heer kennen: hij zou uit de dood opstaan en moest dus niet gebalsemd worden. Zij krijgen zelfs onder hun voeten van de aartsengelen die hen er aan herinneren dat Christus zijn dood en verrijzenis had voorspeld.
We merken terloops op dat zowat iedereen rond dat graf dartelde, en er niemand afgeschrikt werd door de Romeinse bewakers, de bewakers van de Hogepriesters en Schriftgeleerden. En nu zijn daar ook nog de supermilitair uitgedoste aartsengelen verschenen. Volgens Mattheus lopen de soldaten weg als ze de aartsengelen zien de steen wegrollen. Ze rennen naar de hogepriesters die het verhaal direct geloven en de soldaten opdracht geven aan iedereen te vertellen dat ze in slaap waren gevallen en dat de apostelen tijdens hun slaap de steen hadden weggerold en het lijk geroofd hadden. Hiervoor kregen ze een beurs met geld overhandigd. De inwoners van Jeruzalem moeten maar geloven dat de soldaten zeer vast sliepen. Terloops merken we op dat de soldaten enkel 2 militaristische engelen hebben gezien en helemaal niet de verrijzenis-an-sich of zelfs maar Christus. En misschien waren er helemaal geen aartsengelen maar een groep goed bewapende apostelen (eventueel met nog een beurs geld als extra-argument ?) In die context blijft het verbazend dat de priesters zonder probleem enerzijds de aartsengelversie geloven, maar zich daarbij niet vol ontzag in de grond werpen (de voorspelling komt uit, God zal zich op ons wreken) maar de nuchterheid hebben de soldaten te betalen en hen te verplichten een leugenachtig apostelversie rond te vertellen. Wat de soldaten ook doen: ze zijn banger van de Hogepriester dan van de aartsengelen, wat me nogal irrealistisch voorkomt. En waarom reageren de priesters zo absurd ? De voorspelling komt uit: Hij die door de Hogepriesters ter dood was gebracht blijkt nu toch de zoon van God te zijn, zal levend worden of is het al, ze mogen zich aan represailles verwachten ( als we het Oude Testament overlopen is God duidelijk een agressief moordzuchtig iemand die zijn hand niet omdraait voor het uitmoorden van hele volkeren, dus ze mogen zich aan wat verwachten) en wat doen de Hogepriesters: ze laten een verhaaltje over de apostels rondstrooien .... Van enig doorzicht kunnen we hier niet spreken! Geen haar op hun hoofd denkt er aan Jezus te erkennen en het nieuwe geloof aan te nemen! Terloops mogen we hier ook twijfelen aan het doorzicht van de aartsengelen : hun enige getuigen worden op de vlucht gejaagd nog voor de actie plaats grijpt. Er is inderdaad nergens in de Bijbel een directe getuige van de verrijzenis te vinden. De Bijbel vermeldt over de feitelijke verrijzenis geen enkel detail. Er wordt ook niet vermeld of de verrijzenis het werk is van de aartsengelen of van de dode Christus zelf (hij heeft het al bij anderen gedaan).
De evangelisten blijven elkaar tegenspreken. Na de verrijzenis komen de verschijningen. Mattheus stelt dat de eerste verschijning bij de 2 Maria's was, die niet bewusteloos van schrik vielen, maar tot aanbidding overgingen. Johannes weet enkel van Maria Magdalena, die hem eerst niet herkent. Was haar vriend dan zo verandert ? Jezus is misschien nog niet helemaal van vlees en bloed, want hij beveelt Maria Magdalena hem niet aan te raken. Maar volgens Mattheus kussen de twee Maria's zijn voeten! We merken op dat volgens Johannes Maria Magdalena Jezus ziet aan het graf en volgens Mattheus ziet ze hem op weg naar de apostelen.
Wat zegt Jezus tot die eerste getuigen ? Hij geeft, volgens Johannes, hen opdracht de apostelen te waarschuwen dat hij naar Zijn Vader gaat, maar volgens Mattheus beveelt hij de apostelen naar Galilea te gaan. Wat moeten die arme vissers, de apostelen, nu wel of niet geloven ? Volgens Marcus geloven de apostelen de drie vrouwen (Ja, er is plots een derde vrouw – Johanna – bijgekomen) niet en verwijten hen beuzelarijen te vertellen.
Ook omtrent de ontmoeting aartsengelen – apostelen verschillen de evangeliën. Volgens de ene komen de apostelen voor de engelen, volgens de andere na de engelen en volgens Johannes ziet Petrus er in zijn versie zelfs geen. Ook over het aantal geraken ze het niet eens: 1 of 2. Marcus weet ons mee te delen dat de engelen er uitzien als een jonge man. Niet te geloven dat ze in de Middeleeuwen discussieerden over het geslacht van de engelen ! Het stond in de Bijbel: engelen zijn mannelijk. Nochtans vind ik al die afbeeldingen nogal vrouwelijk ...
Er zijn verder nog de 2 Emmaüsgangers: ook zij herkennen Christus niet. Vreemd dat Christus het effect van zijn verrijzenis grotendeels teniet doet door overal op te duiken in een gedaante waarin men hem niet herkent. De straffe truc van de verrijzenis zakt op die manier een beetje als een slappe pudding ineen.
Mattheus, Marcus en Lucas melden dat de apostelen Christus slechts 1 keer te zien krijgen, Johannes heeft het over 3 keer. Maar in de Handelingen van de apostelen schrijft diezelfde Lucas over meerdere ontmoetingen. Mattheus en Marcus melden dat de apostelen naar Galilea gestuurd worden, maar Lucas (en de Handelingen) delen ons mee dat hij hen beval Jeruzalem niet te verlaten. De laatste verschijning aan de apostelen was volgens Mattheus op een berg in Galilea, volgens Lucas in Jeruzalem.
Maar Lucas is ook de kluts kwijt: in zijn evangelie stelt hij dat Christus op de dag van zijn verrijzenis aan de apostelen verscheen en daarop “ten hemel opgenomen” werd. Maar in zijn Handelingen schrijft hij dat Christus nog 40 dagen op aarde bleef om de apostelen te onderrichten (met andere woorden hen met zijn gezag te installeren). Bij Johannes komen er 2 verschijningen te midden van de apostelen, terwijl alle deuren en vensters gesloten waren, met de ongelovige Thomas in de hoofdrol. Johannes vermeldt dat Christus nog “vele tekenen” (mirakels ?) heeft gedaan. Een spektakel dat we graag hadden meegemaakt wordt bij Marcus beschreven: in de plotse verschijning van Christus (gesloten deuren en ramen want de apostelen zijn nog steeds bang van de joden) menen de apostelen een geest te zien, maar deze “geest” heeft honger en eet voor hun ogen een stuk geroosterde vis. Christus kan zichzelf uit de dood toveren, maar kan een hongertje niet uitschakelen. Tellen was niet de sterkste kant van de evangelisten. We weten immers dat de apostelen nog met 11 waren (Judas had zich gezelfmoord). Nochtans schrijven de evangelisten dat de apostelen nog met 12 waren. Was Judas ook verrezen, hadden ze een nieuwe visser lid gemaakt?
We willen hier niet te ver uitweiden door er de duivelsverzen bij te halen, maar wie garandeert dat een dergelijke tovenaar die alle wetten van de natuur omzeilt en uitschakelt, niet de duivel himself is. De Bijbel staat vol met verhalen van duivelverschijningen waarbij hij zich meesterlijk heeft vermomd. In de eerste bladzijden van de Bijbel treedt hij reeds op in de gedaante van een slang. Zijn die verschijningen dan geen grappen van een vermomde duivel ?
Al met al kunnen we concluderen dat de getuigen elkaar op zowat alle punten tegenspreken. Het is zelfs niet mogelijk een 'meest-geloofwaardige-evangelist' te benoemen. In feite gebruiken we ook het woord 'getuige' verkeerd. Zelfs volgens de Bijbel heeft NIEMAND de verrijzenis gezien. Er is alleen een leeg graf en verschijningen van een geest die geroosterde vis eet. Uiteindelijk is dit een zeer zwakke basis om een godsdienst op te bouwen. God blijkt weer eens een slechte regisseur van zijn toneelstukken te zijn. Net als nu in de Moderne Tijd zijn er nooit camera's of betrouwbare neutrale getuigen in de buurt als hij nog eens verschijnt of een lekker ouderwets mirakel tovert. Zo een straffe stoot uithalen en dan vergeten voor publiek en getuigen te zorgen. Het was niet de enige regiefout: de 'Hemelvaart' gebeurde eveneens in alle discretie. Waar het geloof een reusachtige boost zou gekend hebben indien Christus voor een duizendkoppige menigte zou weg zweven tussen de wolken, gebeurt het nu bijna in de illegaliteit, met weinig apostelen en geen getuigen. De lezer wordt door de 4 evangelisten ook voor raadsels gezet: 2 van hen verschillen van mening over de plaats van gebeuren. Mattheus en Johannes spreken er zelfs niet over, alsof zo een straffe toer niet plaatsgreep. Marcus wekt de indruk met de Hemelvaart meegereisd te zijn: hij meldt als enige te zien hoe Christus rechts naast God op de troon plaats neemt.

Samengevat kunnen we over gans het verhaal van verrijzenis en hemelvaart Bertand Russell citeren: NOT ENOUGH PROOF !


Ivan Basyn
05/10/10

donderdag 30 september 2010

DE WEDDENSCHAP VAN PASCAL

Question:
Why are you taking such a risk on being an atheist? If you're wrong, you'll go to hell. You've got nothing to lose by converting and everything to gain.

Answer:
This question, which is really just a simplified version of Pascal's Wager, is one of the most popular questions which religious theists — particularly Christians — pose to atheists. It must sound very appealing, reasonable, and rational to them, otherwise atheists wouldn't have to hear it so often. Unfortunately, Christians who use this reveal that they haven't done their homework because there are a number of very obvious and easy objections to this which they seem completely unaware of.

The first problem lies in the implicit yet unstated assumption that we already know which god we should believe in. That assumption, however, is not necessary to the argument, and thus the argument itself does not explain which religion a person should follow. This can be described as the “avoiding the wrong hell” dilemma. If you happen to follow the right religion, you may indeed “go to heaven and avoid hell.” However, if you choose the wrong religion, you’ll still go to hell.

Thus even if we accept the premise that we have nothing to lose and everything to gain by converting, what should we convert to? The thing missed by so many who use this argument is that you cannot “bet” on the general concept of “theism.” You have to pick specific doctrines. Theism is just a broad concept which includes all possible god-beliefs and, as such, barely exists absent specific theologies. If you are going to really believe in a god, you have to believe in something — which means picking something. If I pick, then I risk picking the wrong god and avoiding the wrong hell.

A second problem is that it isn’t actually true that the person who bets loses nothing. If a person bets on the wrong god, then the True God™ just might punish them for their foolish behavior. What’s more, the True God™ might not mind that people don’t bother believing in it when they have rational reasons — thus, not picking at all might be the safest bet. You just cannot know.

Some choices do indeed come with large risks. Many have died because they trusted in prayer rather than medicine. Others have perished due to the handling of poisonous snakes and the drinking of lethal liquids because Jesus said they would be able to do so without harm. The choice of pseudoscientific and mystical beliefs can carry very negative consequences.

A third problem is the unstated premise that the two choices presented are equally likely. It is only when two choices are equal in probability that it makes sense to go with the allegedly “safe bet.” However, if the choice of a god is revealed to be a great deal less likely than the choice of no god, then god ceases to be the “safe bet.” Or, if both are equally likely, then neither is truly a “safe bet.”

One final problem is the conclusion of the argument, where a person decides to believe in a god because it is the choice that offers the most benefits and least dangers. This requires that the god in question not mind that you believe in it merely in order to gain entrance to heaven and/or to avoid punishment in hell. Such a god wouldn't be a just or fair god, since a person’s eternal fate is not being decided upon based on their actions, but merely on their decision to make a pragmatic and selfish choice. Does this sound like a god that's worth worshipping?

There are, of course, more sophisticated versions of Pascal's Wager which avoid or minimize some of these issues, but that's only relevant insofar as the Christians who ask the above question never bring up these more sophisticated versions. Instead, they only bring up a very simple version which is actually more susceptible to critique than Pascal's own original. It is, as I said, a sign that they haven't done their homework: they haven't investigated what the argument's strengths and weaknesses are nor are they prepared to answer even mildly probing or challenging questions about it. In short, they just haven't thought the matter through very well and don't expect an atheist who has either.