DE GEBOORTE VAN JEZUS CHRISTUS
VRIJE VERTALING VAN HOOFDSTUK II UIT “HISTOIRE CRITIQUE DE JESUS-CHRIST OU ANALISE RAISONNEE DES EVANGILES” DOOR PAUL-HENRI THIRY D’HOLBACH (1770)
Dit werk van baron D’Holbach verscheen in 1770 onder een schuilnaam. Vier jaar daarvoor was de Chevalier de la Barre te Abbeville (Fr) op de brandstapel geëindigd, samen met een exemplaar van de Dictionnaire Phylosophique van Voltaire, omdat hij als uitgesproken atheïst o.a. geweigerd had de hoed af te nemen bij het passeren van een processie. De baron hield bij hem thuis wekelijks met spijs en drank gezegende bijeenkomsten waar voor een uitgelezen schare vrienden en kennissen de wetenschap en filosofie werd besproken. Zelfs binnen die kennissenkring was atheïsme nog dikwijls een gevaarlijk thema. Een frontale uitval onder eigen naam zou de baron binnen de kortste keren zelf op de brandstapel gebracht hebben. Vandaar de stijloefening om het in dergelijke geschriften over ‘de ongelovigen’ in de derde persoon te hebben. De teksten komen in ons westers tijdsbeeld pamfletair over, maar zijn tegelijk zeer voorzichtig. Hij zaait twijfel, doet zij die het durven nadenken, zet aan tot discussie. In die zin is dit historisch werkje niet alleen voor insiders leuk om lezen, maar kan het nog altijd kiemen van de rede, dit vergif voor alle godsdiensten, zaaien.
Alle profeten uit de heilige boeken van de joden bevestigen dat God hen een bevrijder, een afgezant, een Messias zal sturen die de macht van Israël zal herstellen. Deze bevrijder zou uit de stam van David komen. David, die de hartenprins van God was, zo onderworpen aan de priesters, zo toegewijd aan de religie. Het was zonder twijfel om de devotie en volgzaamheid van deze heilige machtswellusteling te belonen dat de profeten en de priesters, vervuld van zijn weldaden, hem uit naam van de hemel beloofden dat zijn familie eeuwig zou heersen. Deze fameuze voorspelling wordt echter spoedig ontkracht door de gevangenschap in Babylon en de periode die daarop volgt. De toenmalige joden, niet minder lichtgelovig dan hun voorouders, blijven vol verwachting en blijven elkaar en zichzelf wijsmaken dat het onmogelijk is dat hun profeten en hun zieners hen, al dan niet opzettelijk, hebben willen bedriegen.
Bijgevolg beeldden zij zich in dat hun voorspellingen vroeg of laat zouden in vervulling gaan en dat ze een afstammeling van David zouden krijgen die de natie in eer zou herstellen. Het was om zich aan te passen aan die voorspellingen dat de schrijvers van die evangeliën hun best deden om aan Jezus Christus een stamboom te geven waaruit moest blijken dat hij in rechte lijn afstamt van David en daardoor, door zijn geboorte het recht had om zich de Messias te noemen.
Alhoewel: de critici hebben zich op die stamboom geworpen en zij die niet gehinderd worden door hun geloof zijn verrast te zien dat de Heilige Geest deze stamboom aan de 2 evangelisten die hem vermelden, op een verschillende manier heeft meegedeeld. Inderdaad, zoals reeds herhaaldelijk werd vastgesteld is het evangelie van Mattheüs verre van gelijk aan dat van Lucas. Tegenstellingen die de christelijke onderzoekers in moeilijkheden brengen waar hun subtiliteiten hen niet uit kunnen redden. Zij zeggen ons dat de ene stamboom die van Jozef is. Maar als we aannemen dat die Jozef van de stam van David is, dan kan de ware christen niet aannemen dat hij de biologische vader van Christus is. Aangezien zijn geloof hem ten stelligste gebied te geloven dat Christus de zoon van God is. Dus zijn de twee verschillende stambomen van Maria. Maar in dit geval heeft de Heilige Geest zich in één van de stambomen vergist. De ongelovigen kunnen zich enkel beklagen over dit gebrek aan preciesheid bij zij die zich verwaardigen te stellen dat zij door de Heilige Geest geïnspireerd zijn.
Hoe men het ook draait of keert, één van de stambomen is foutief en onvolledig, de afkomst van Jezus is dus maar flauwtjes aangetoond. Nochtans is het een punt dat aandacht verdient, speciaal bij de joden waar die stamboom zo belangrijk is om zich de Messias te kunnen noemen. Laten we dus naar de details rond de geboorte van Christus kijken. Eén evangelist gaat daar dieper op in, de andere gaan zeer licht over die wonderbaarlijke maar zo belangrijke gebeurtenissen. Mattheus, tevreden met zijn stamboom, spreekt maar weinig over de bovennatuurlijke manier waarop Jezus in de buik van zijn moeder terechtkwam. Het woord van een engel in een droom volstaat voor Jozef om hem te overtuigen van de deugdzaamheid van zijn vrouw: hij adopteert zonder probleem het kind dat zij draagt. Marcus spreekt helemaal niet over die merkwaardige gebeurtenissen. Johannes, die dit feest had kunnen verfraaien dank zij zijn mystiek-theologische en platonische opleiding, of beter het had kunnen omzwachtelen op een manier waarop het veilig zou zijn voor de aanvallen van de critici, spreekt er met geen woord over. We zijn dus verplicht ons te behelpen met de materiële bewijzen die Lucas ons heeft nagelaten. Volgens deze evangelist was Elisabeth, een bloedverwante van Maria en gehuwd met de priester Sacharias, zes maand zwanger toen God de engel Gabriel naar Nazareth zond, bij een maagd, t.t. zeggen die nog geen gemeenschap had gehad, uit het huis David, en die maagd noemde Maria. Het feit dat Elisabeth met een priester gehuwd was toont trouwens aan dat haar familie niet uit het huis van David kon komen, want om met een priester te kunnen huwen moest men van het huis Levi zijn. Ook Maria was dus van het huis Levi, en niet van het huis David die de Messias zou leveren. Ook de H. Augustinus bevestigt dat in zijn boeken. De engel was dus binnengekomen in de kamer van Maria en begroette haar. Maria schrok natuurlijk maar de engel sprak: “Zie gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen; God de Heer zal hem de troon van zijn vader schenken en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen”. Maria was niet overtuigd want ze antwoordde: “Hoe zal dit geschieden daar ik geen gemeenschap heb met een man?” Toe sprak de engel: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal over u komen. Wat de wereld gebracht zal worden zal heilig genoemd worden, Zoon van God.”
Maria was blijkbaar vlug overtuigd en de engel vertrok. Niets wonderbaarlijks, niets is eenvoudiger dan dit verhaaltje. Maar als we er over nadenken zien we het wonderbaarlijke verdwijnen, we zien zelfs dat de auteurs hun best deden de jonge lezers die dit verhaal lezen, niet beschaamd te maken. Een engel komt binnen bij Maria terwijl haar echtgenoot afwezig is. Hij groet haar met meer prozaïsche woorden dan die van de bijbel. “Dag mijn lieve Maria, ik vind je wondermooi, wat een aantrekkingskracht, wat een gratie. In mijn ogen ben je de mooiste aller vrouwen. Uw charmes garanderen mijn eerlijkheid. Bekroon mijn vuur, vrees de gevolgen van uw inschikkelijkheid niet, uw man is een gek die we met visioenen en sprookjes doen geloven wat we willen. De brave man zal uw zwangerschap beschouwen als een mirakel van hierboven. Hij zal uw kind met vreugde aannemen, en alles zal opperbest verlopen”.
Maria, op haar gemak gesteld door die woorden en weinig gewend aan dergelijke complimenten vanwege haar man, geeft toe: “Ik geef mij over. Ik reken op uw bedrevenheid en uw woorden. Beschik over mij zoals u het wil.” U ziet, niets is gemakkelijker om het relaas van Lucas te ontdoen van het kinderlijke wonderbaarlijke. De gebeurtenissen rond de zwangerschap van Maria vallen binnen de natuurlijke orde, en indien men een jonge man in de plaats van een engel stelt, dan heeft die passus bij de evangelist niets ongelooflijks meer. Veel mensen hebben inderdaad geloofd dat de engel Gabriel niets anders was dan een minnaar die profiterend van de afwezigheid van Jozef, zijn kans zag zijn passie te verklaren en te bevredigen. In het apocriefe evangelie van de zwangerschap van Maria staat dat Maria tot haar 16e opgevoed werd in de tempel en daar niet buiten kwam. Hier is de zwangerschap eerder van priesterlijke oorsprong, waarna de priester het wicht wijsmaken dat God er achter zat.
We zullen echter niet lang stilstaan bij de veronderstellingen over de naam en de kwaliteiten van de minnaar van Maria. De joden, wiens getuigenis in die gelegenheid verdacht moet lijken, beweren dat het om een soldaat met de naam Pantera gaat. De militairen hebben altijd rechten op schoonheden gehad. Volgens hen werd uit die relatie Jezus geboren, de ontevreden echtgenoot trok zich in Babylon terug en Jezus trok met Maria naar Egypte. Hier leerde hij het beroep van magiër dat hij later in Judea zou uitoefenen.
Wat er van die verhaaltjes ook waar is, het is duidelijk dat het verslag van Lucas, ontdaan van zijn wonderlijkheden, bij de ongelovigen steeds onoverkomelijke moeilijkheden zal oproepen. Ze zullen zich vragen stellen hoe God, die zuiver geest is, een vrouw heeft “overschaduwd” waardoor een kind werd geboren. Ze zullen zich afvragen hoe de goddelijke natuur te vereenzelvigen is met de natuur van de vrouw. Zij zullen beweren dat dit verslag de kracht en de majesteit van het Opperwezen onwaardig is, dat hij het niet nodig heeft zijn toevlucht te nemen tot zulke ridicule en onwaardige methoden om te werken aan het heil van de mensheid.
We merken nog op dat veel geestelijken zich hartstochtelijk op de vragen rond de zwangerschap hebben gestort. Was er sperma van God mee gemoeid? En de discussie over de geboorte met gesloten vagina (in verband met de maagdelijkheid). Volgens sommigen werd Jezus verwekt door drie druppels bloed die naast het hart werden ingeplant. Er werd zelfs ernstig gediscussieerd of Jezus nu een hermafrodiet was of niet, en of hij eventueel uit een koe kon geboren worden. In ieder geval merken de ongelovigen op dat God, die zo machtig is, toch geen vrouwenlichaam nodig heeft. Maar in de romans houdt men van wonderen en vooral in de godsdiensten. Men heeft dikwijls verondersteld dat grote mannen op een bijzondere wijze geboren werden. Bij de heidenen werd Minerva uit de hersenen van Jupiter geboren, Bachus uit de dij van dezelfde god. Bij de Chinezen werd de god Fo geboren uit een maagd die zwanger werd van een zonnestraal. Bij de christenen werd Jezus bij een maagd verwekt door de Heilige Geest en bleef ze niettemin maagd. Niet in staat tot de goddelijke staat op te stijgen, hebben de mensen hem tot hun eigen grootte teruggebracht. Ziehier de verklaring voor al die menswordingen waar de godsdiensten van de wereld mee bezeten zijn.
Niettemin eindigt al dat wonderlijks bij Jezus op een heel natuurlijke wijze: na 9 maanden bevalt zijn moeder, net zoals de andere vrouwen. Na al die ongelooflijke en bovennatuurlijke gebeurtenissen komt de zoon van God op aarde precies zoals de andere mensenkinderen. Deze conformiteit bij de geboorte doet sterk geloven in conformiteit bij het verwekken van de zoon van Maria. Inderdaad, het bovennatuurlijke kan enkel het bovennatuurlijke produceren, materiele zaken kunnen enkel fysieke gevolgen hebben. Op school leren we dat er in de natuur altijd evenwicht moet zijn tussen oorzaak en gevolg. Aangezien Jezus tegelijk god en mens was, zullen de ongelovigen aanvoeren dat het heilige zaad dat vanuit de hemel in de schoot van Maria werd gebracht, tegelijk goddelijk en aards was om de Zoon van God te worden. In één woord, om de taal van de theologen te spreken, de hypostatische eenheid van twee naturen in Jezus Christus moet zich voor de geboorte hebben voorgedaan en zich teruggevonden hebben in de schoot van zijn moeder. In dit geval kunnen we niet bevatten hoe de goddelijke natuur opgesloten en inactief kon blijven gedurende gans de zwangerschap, in die mate zelfs dat ze niet verwittigd werd van het tijdstip van de bevalling. Zie Lucas hoofdstuk II, het verhaal van de volksteling. Terloops merken we hier op dat volgens Lucas de gouverneur Quirinus was, terwijl we weten dat het Quintilius Varus was. Dit relaas toont aan dat voor Maria de bevalling onverwacht kwam. De Heilige Geest, die zoveel voor had gedaan, had nagelaten haar over die zaak te informeren, en dit over een zaak die de ganse mensheid aanging. De mensgeworden Christus die onderhevig is aan al de malheuren van de natuur, had kunnen ten onder gaan tijdens die voor zijn moeder zo kritieke reis. Uiteindelijk kunnen we moeilijk aannemen dat Maria over de duur van haar zwangerschap volledig onwetend was, dat de Eeuwige het kostbare kind dat hij in haar schoot had geplaatst zo aan zijn lot zou overlaten. Enkele andere feiten uit het verslag van Lucas tonen aan dat er nog meer gevaren waren. Er is ook sprake van een volkstelling bevolen door keizer Augustus. Spijtig dat geen enkele historicus dit vermeldt of er een spoor van teruggevonden heeft. We zijn nog steeds verbaasd dat de zoon van God in armoede geboren wordt, dat zijn logement een stal is, zijn wieg een voederbak. In één woord, op zo een kwetsbare leeftijd en tijdens zo een guur seizoen, blootgesteld worden aan zoveel ellende. Het is waar dat de theologen voor al die zaken een uitleg hebben. Zij beweren dat een rechtvaardige God die zichzelf wil gerust stellen, zijn onschuldige zoon aan het lijden wil blootstellen, teneinde een motief te hebben om de schuldige mensheid te vergeven. De mensheid die hem door de schuld van Adam verfoeide, maar waar diens nakomelingen nochtans geen schuld aan hebben. Als gevolg van een rechtspraak waarvan de mens zich onmogelijk een idee van de zin kan vormen, en van een god die in essentie niet in staat is te zondigen, ziet Christus zich beladen met de onrechtvaardigheden van de mens, en moet hij boeten om de woestheid in te tomen van een vader die hij niet zelf heeft gekwetst. Dit zijn de onvoorstelbare principes die aan de grondslag liggen van de christelijke theologie. Onze professoren voegen daar nog aan toe dat God wilde dat de geboorte van zijn zoon gepaard zou gaan met dezelfde moeilijkheden die de geboorte van gewone mensen vergezellen, om hen te verzoenen met de ongelukken die aan hun leven verbonden zijn. De mens, zeggen ze , is schuldig voor hij geboren wordt aangezien de kinderen geacht worden de schulden van hun vader te betalen. Zo lijdt de mens terecht als de zondaar die hij is, maar ook als de met de zonden van zijn oervader belaste mens.
Dit gezegd zijnde is het troostend voor ons te zien dat God, de onschuld en heiligheid zelve, in een runderstal lijdt aan alle ongemakken van de armoede. Deze troost zou zonder twijfel aan de mensen ontbroken hebben indien God had toegestaan dat zijn zoon in de pracht en overvloed van luxe was geboren. Indien de onschuldige Christus weinig had geleden, dan zou de mensheid, onbekwaam te voldoen aan de contractuele schuld van Adam, nog steeds uitgesloten zijn uit het aards paradijs. Wat betreft de pijnlijke reis die Maria verplicht was in kritieke omstandigheden te ondergaan, deze gebeurtenis was voorzien door de eeuwige wijsheid die beslist had dat Christus te Bethlehem en niet te Nazareth zou geboren worden. Die omstandigheid was nodig: aangezien ze voorspeld was moest ze uitkomen.
Hoe sterk die antwoorden ook zijn voor allen die het geloof in voldoende mate hebben ontvangen, ze zijn niet in staat ongelovigen te overtuigen. Zij protesteren tegen de onrechtvaardigheid een zeer onschuldige god te laten lijden en hem te beladen met de onbillijkheden van de aarde. Zij kunnen niet bevatten met welke principes van rechtvaardigheid het opperwezen de mensheid verantwoordelijk heeft gesteld voor de fout begaan door hun eerste vader zonder hun medeweten en zonder hun deelname. Zij beweren dat in een goede rechtspraak de kinderen de erfenis van hun ouders kunnen weigeren wanneer ze niet in staat zijn die schulden te betalen.
In één woord, de ongelovigen vinden dat het gedrag door de christelijke theologen aan God toegekend voor Hem beledigend is en dat ze Hem als de meest onrechtvaardige van de tirannen voorstellen. Tot slot stellen zij dat het veel wijzer was geweest de mens het zondigen te beletten in plaats van hem toe te staan te zondigen en dan zijn zoon te laten sterven om die zonde te laten uitboeten. Wat betreft de reis naar Bethlehem zien zij de noodzaak niet in. De plaats waar de redder van de mensheid zou geboren worden lijkt hen een totaal onbenullige zaak met betrekking tot het heil van de mensheid. Wat de voorspelling betreft die de glorie van Bethlehem aankondigt om de geboorteplaats van de leider van Israël te leveren, schijnt ze niet overeen te stemmen met Jezus, die in een stal werd geboren en verstoten werd door zijn volk waarvan hij de leider zou moeten worden. Slechts een vrome verwardheid kan deze voorspelling van toepassing laten worden op Jezus Christus.
Het is waar dat men ons heeft verzekerd dat het voorspeld was dat Jezus in armoede zou geboren worden, maar langs de andere kant wordt de Messias van de joden dikwijls aangekondigd als een prins, een held, een veroveraar. Men zou ons eens moeten vertellen aan welke voorspelling we ons moeten houden. Onze professoren laten niet na ons te vertellen dat de voorspellingen die de geboorte en het leven van Jezus laten plaats vinden in de armoede letterlijk moeten genomen worden, en dat diegene die het hebben over pracht en glorie figuurlijk moeten beschouwd worden. Maar deze oplossing zal de ongelovige niet voldoen. Zij zullen zeggen dat men op die manier in de Heilige Schrift en in de heilige voorspellingen alles kan terugvinden wat men wil vinden. Zij zullen besluiten dat de Heilige Schrift voor de christenen is zoals de wolken, waarin ieder de figuren kan terugvinden die hij wil.
We vermelden nog eventjes het apocriefe evangelie van de Heilige Jacobus. Hierin veegt Jozef Maria grondig de mantel uit als hij haar zwangerschap verneemt. Maria blijft haar onschuld volhouden en pas de volgende nacht verschijnt de engel Gabriel voor het eerst, maar wel bij Jozef om hem uitleg te geven. Jozef is ontgoocheld want hij rekende op een grote som geld vanwege de schuldige priesters. Tot slot riep de maagdelijke geboorte reeds vroeg vragen op. Salomon geloofde de vroedvrouw niet en legde de hand op Maria. Dadelijk leek de hand in brand te staan, maar toen Jezus ermee werd aangeraakt verdween het branderig gevoel direct.
Ivan Basyn
ivanbasyn@hotmail.be
Geen opmerkingen:
Een reactie posten