vrijdag 30 december 2011

29-12-11 HET VERTREK Mijn geest heeft mijn lichaam verlaten. Niet dat ik gestorven ben. Er is ook geen hoog oplopende ruzie geweest, zo iets met slaande deuren en glazengegooi. Nee, alles is rustig verlopen, bijna ongemerkt, een scheiding met wederzijdse toestemming. Mijn kennissen hebben me er al lange tijd op gewezen dat er iets niet juist zat, spraken over onderhuidse spanningen die ze aanvoelden en de jolige sfeer die verdwenen was. En zo lag er deze morgen een briefje op tafel: Ben naar Feuerbach en Nietzsche op vakantie. Zoek me dus niet, je zult me niet vinden, verblijfplaats onbekend. Geld voor de eerste maanden ligt in de schuif, de koelkast zit vol en de diepvriezer kan het ook lang uitzingen. Kroniek van een aangekondigde dood; onvoorwaardelijke toekomst; de dood van Isphahan, ... Allen kwamen ze op bezoek en vertrokken terug. Ze lieten alleen hun geschenken, of wat er van over bleef, achter: enkele lege flessen goedkope rode wijn, half-uitgekruimelde verpakkingen chips die meer lawaai maakten dan smakelijk waren. Na enkele dagen bleek al dat de strijd hopeloos was, de woning takelde af. Handdoeken waren uit de badkamer komen sluipen en hadden de weg terug niet meer gevonden. Uit de badkamer kwam trouwens een geur die niet van mij alleen was: ik kende mijn productieparfum-in-trieste-dagen maar al te goed. Nee, hier waren zatte deernen en woeste knapen gepasseerd, al dan niet samen en hadden inzicht in het buizenstelsel van de rioolafvoer gemist. Het trappenhuis krulde zich toen ik het lichaam naar boven sleepte, naar wat gemeenlijk de slaapkamers, werden genoemd. Ze lagen er precies zoals ik ze me had voorgesteld: de lijken! De meesten bewogen lichtjes en kreunden zacht; uit sommigen ontsnapten gassen alsof ze te hard opgeblazen waren. Alhoewel de meesten geruisloos verdwenen en je ze bij latere ontmoetingen vlug zou zien wegkijken, was er toch een band. Zij allen, wij, we waren deelnemer geweest. Wij hadden lallend getroost op Henver Hoxha: “genosse, genosse, nur sprecht der genosse Henver Hoxha: genosse, genosse!” We hadden het geprobeerd met de Noord-Koreaanse Kim's, maar dat had niet hetzelfde effect gegeven en de Hoxha-bende had vlug terug de overhand genomen. Mijn geest heeft mijn lichaam verlaten en de aanleiding was nochtans zo futiel. Het was voor niets nodig geweest. We hadden een modus-vivendi kunnen inbouwen: het materiĆ«le voor het lichaam en de gesprekken voor de geest. Toegegeven: we hadden het er vroeger reeds over gehad en zelfs geprobeerd. Maar de sfeer was al zo verpest dat het lichaam voortdurend riep dat de geest het lichaam afremde. Er zelfs voor zorgde dat het lichaam zich schuldig voelde. Het milieu, de honger, de dorst naar water, zelfs de diaree in de wereld was de schuld van het lichaam. En die tropische storm in de Filipijnen was ontstaan bij het laatste kroegentochtje van het lichaam. Waarop de geest klaagde dat hij niet vrij kon zweven, steeds verplicht was die hedonististische vleeszak van vet en vocht mee te zeulen. En zo eindigde iedere discussie die hoopvol begonnen was in een geschreeuw vol bittere woorden. En zijn we tenslotte uit elkaar gegaan. Om elkaar ademruimte te geven, een nieuwe start, ... Enfin, je herkent dat “-ogen”gewauwel wel. Hun vaktaaltje vol verkleinwoordjes. Hun medelevende ogen en hun vernietigend rapport waarin je je zelf niet herkent, dat beest ben jij niet: dat is zelfs de ander niet. Hoe pijnlijk ook, we beginnen nu elk een nieuw leven. De geest los van het lichaam. Laat de geest 24u werken, het lichaam zal hem niet langer storen met futiliteiten. So bee (zoemzoem) it. Weg met 2011 ! Leve 2012 !

Geen opmerkingen: