HET TESTAMENT VAN JEAN MESLIER
“Hij (IB: de jezuïet Cristovao Ferreira die in 1636 in zijn boek ‘Het Onthulde Bedrog’ de Godsdienst en zijn nevenverschijnselen zwaar aanvalt, maar nergens beweert dat God niet bestaat) is dus nog niet de eerste atheïst, maar we zijn wel warm …. Het mirakel geschiedt weldra, dankzij een andere priester, abt Meslier.” Uit: Atheologie, Michel Onfray.
Of we nu behoefte hebben aan een ‘stichter’ is een discussie die een volwaardige toog als decor nodig heeft. Blijft evenwel dat priester Jean Meslier (15 juni 1664 – juni 1729) met zijn nagelaten geschriften een storm heeft doen losbarsten. Na zijn dood dus, want hij had geen zin in een martelaarsrol: “ik wil pas branden na mijn dood! Na mijn dood mogen ze met mij doen wat ze willen … ze mogen me zelfs opeten met de saus die ze verkiezen.” Niet behorende tot de klasse der machthebbers of door hen beschermd, niet rijk genoeg om zich veilig in het buitenland te vestigen, lijkt zijn keuze voor de hand liggend. Zijn bezittingen werden, volgens zijn wens, onder zijn parochianen verdeeld. Hij werd in zijn tuin begraven.
Hij wordt weleens de eerste communist genoemd (zijn naam stond in 1919 te Moskou op een obelisk ter ere van de eerste communistische denkers). In 1793 wordt hij door A. Cloots in de Convention Nationale genomineerd voor een standbeeld als eerste republikeins priester. Hij werd opgenomen in het Pantheon. We kunnen hier nog aan toevoegen dat hij waarschijnlijk de eerste gekende dierenrechten-activist was. Hij merkt terecht op dat god van in het begin (Kaïn en Abel) dierenoffers verkiest boven landbouwgewassen. Waarom moeten die onschuldige dieren gedood worden? Als dieren niet kunnen denken (Descartes) dan is de stap klein om te stellen dat ze niet kunnen lijden en in de schepping als inferieur werden ontworpen, uitsluitend ten dienste van de mens.
Zoon van een eenvoudige maar niet onbemiddelde textielhandelaar – handwerker, was hij van 1689 tot 1729 pastoor te Etrepigny en But-Balaives, niet ver van Charleville-Mézières in de Franse Ardennes-Champagnes. Het is eveneens in die streek (Varennes) dat in 1791 de Franse koning Louis XVI gearresteerd wordt tijdens zijn vlucht (op 21 januari 1793 wordt hij ter dood gebracht). Er is niets op abé Meslier aan te merken. Slechts 1 keer wordt hij na een klacht bij de bisschop van Reims in 1716 op het matje geroepen: hij had in de preek opgeroepen niet langer te bidden voor het zielenheil van de brutale landheer de Touilly. Hij preekt de volgende keer met een oproep te bidden voor de landheer opdat deze menselijker zou worden… Alle getuigen – zelfs zijn tegenstanders – zijn het er over eens dat hij zeer begaan was met de armen en zelfs zijn inkomen met hen deelde.
Hoe kwam hij ertoe priester te worden? Hij was een begaafd leerling en werd opgemerkt door een talentscout voor het seminarie. Zijn ouders waren niet zo armlastig dat ze geen werkkracht konden missen, en een priester in de familie stond goed. Wie afstudeerde kon enkele parochies krijgen (naargelang de positie van de priester een rijke of arme parochie), of verder studeren. Een krachtige roeping was hierbij niet nodig. Denken we vb. aan de encyclopedist Diderot die ook in die tijd een soortgelijke loopbaan had, maar zijn abbé-jas vlug aan de kapstok hing.
Het zgn. Testament is in werkelijkheid een boekdeel van 366 bladzijden, groot formaat in octavo, wat in een moderne en vrij compacte versie toch nog een boek van meer dan 600 blz. oplevert. Er werden 3 handgeschreven exemplaren van teruggevonden, waarschijnlijk is een vierde exemplaar ‘verdwenen’. In alle stilte werden deze boeken vlug gekopieerd, lees overgeschreven, en onder de toog verkocht voor 10 gouden Louis. Het werd meer verkocht dan ‘les pensées’ van Pascal. Door deductie uit citaten kunnen we afleiden dat het boek rond 1726 zijn definitieve vorm kreeg. De volledige titel van het boek is meerdere lijnen lang; ook zijn teksten zijn uitlopend en herhalen zichzelf dikwijls. In de titel komt echter duidelijk de bedoeling naar voor: “… de la fausseté de toutes les divinités. Et de toutes les religions du monde …” In de praktijk beperkt hij zich tot het christendom – dat hij uiteraard het best kent - en slechts in geringe mate heeft hij het over de islam en het judaïsme. In zijn analyse neemt hij uitgebreid de tijd (een niet nader genoemde bron stelde dat hij schreef zoals hij preekte) om aan de hand van de bijbel tegenspraken, onmogelijkheden, haat tegen de mensheid en dieren, wetenschappelijk aantoonbare nonsens, … niet alleen het christendom te verwerpen, maar het bestaan van goden van tafel te vegen. Een van de vele argumenten daarbij is zijn vaststelling dat God steeds aan de kant van de machthebbers lijkt te staan, of in ieder geval voor de machthebbers een nuttig middel tegen het volk is (la tyranie des grands). Een volk dat verschrikkelijk lijdt aan ziekten, hongersnood, oorlogen, … en hier pleit hij voor een volledig egalitaire maatschappij: iedereen gelijke rechten maar ook gelijke middelen en collectieve bezittingen. Nogal naïef meent hij dat te kunnen verwezenlijken door zich te verenigen in massale burgerlijke ongehoorzaamheid: na 1 of hooguit 2 generaties zitten de machthebbers (die zelf niets kunnen produceren) huilend op hun knieën. Tegelijk roept hij echter om “dapperen” die een paar machthebbers zouden bijschaven, lees vermoorden: “waar zitten de Brutussen en de Cassiussen?” Vroeger leefden machthebbers niet lang, ze werden in tegenstelling tot nu (de franse Louis) op tijd en stond geliquideerd.
Vrijheid is voor pastoor Meslier niet beperkt tot regeringen. Hij stelt vast dat het huwelijk in veel gevallen niet op liefde maar op geld en macht gebaseerd is. Dit leidt tot allerlei misdaden, ziekten, ongelukkig zijn, …. Schaf dus het huwelijk af en opteer voor een los verband. Zelf was priester Meslier niet gehuwd maar had wel een inwonend jong “nichtje”. Er werd later geïnsinueerd – maar niet bewezen – dat haar deelname aan het huishouden zich niet beperkte tot de kookkunst.
Het beruchtste citaat uit het testament luidt: “Ik zou willen, en dit zou de laatste en vurigste van mijn wensen zijn, ik zou willen dat de laatste koning zou worden gewurgd met de darmen van de laatste priester.” Een Nederlandse tekst, gebaseerd op de korte selectie die door Voltaire anoniem werd verspreid, is te vinden op onderstaande link. Let wel dat Voltaire de hardste passages – uit zelfbehoud – achterwege liet. Naar de Kerk uithalen kon Voltaire wel smaken, maar de Godheid zelf onderuit halen was er over. Ook de aanvallen van Meslier op het eigendomsrecht liet de royalist Voltaire, zelf een succesvol en verre van onbemiddeld zakenman en grootgrondbezitter, liever onuitgegeven. Wat niet wegneemt dat tot begin de jaren 1900 de Larousse encyclopedie Voltaire als waarschijnlijk auteur van het Testament vermeldde. De radicale atheïst baron D’Holbach (1723-1789) zou een onverzachte uitgave publiceren, onder de titel ‘Le bon sens du Curé Jean Meslier, suivi de son testament’. Het oorspronkelijke volledige boek is thans beschikbaar onder de titel ‘Mémoire contre la Religion’ bij Editions Coda (2007) van Presses Universitaires de France.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten