CHEVALIER DE LA BARRE
DE LAATSTE DIE IN FRANKRIJK TER DOOD WERD VEROORDEELD WEGENS GODSLASTERING
Echte naam : François Jean Lefebvre de La Barre, genoemd Chevalier de La Barre naar zijn vaders eretitel. La Barre is een gemeente in het Franse departement Haute-Saône (regio Franche-Comté), waar trouwens de fictieve captain Jean-Luc Picard van het ruimteschip Enterprise op 13-7-2305 geboren werd (Star Trek).
Geboren in Frankrijk in 1746 in het kasteel van Férolles-en-Brie (thans Férolles-Attilly) zal hij sterven op de brandstapel te Abbeville (Fr) op de 1e juli van 1766. 1 juli is sindsdien de al dan niet officieel erkende "dag van het atheïsme".
OPMERKING: de Petit Larousse Illustré meldt enkel dat de Chevalier onthoofd werd. Dit lijkt weinig waarschijnlijk aangezien de onthoofding geen religieuze straf was (eerder voor moordenaars en gewone misdadigers). Daarenboven werd de guillotine slechts in 1791 als humanisering van de doodstraf ingevoerd, de hakbijl lijkt als straf voor de “Chevalier” niet voor de hand te liggen. De correcte versie zou zijn dat zijn onthoofd lijk, samen met een exemplaar van de "Dictionnaire Philosophique" van Voltaire, wegens ketterij op de brandstapel werd gegooid.
Toen hij ongeveer 16 jaar oud was vertrok hij samen met zijn broer Jean-Baptiste naar Abbeville bij hun tante Anne Marguerite Feydeau, abdis van de Cisterciënzerabdij van het nabijgelegen Willancourt. Dit gebeurde nadat zijn vader geruïneerd was. Volgens een andere bron nadat de kinderen wees geworden waren. Het één sluit trouwens het andere niet uit. Die papa was er in geslaagd het van zijn vader, die luitenant-generaal van het leger was, geërfde enorme bedrag van 40.000 pond aan renten volledig te verkwanselen.
Abbeville was een zeer vroom provinciestadje waar het (antiklerikale) gedrag van de jonge Jean-François vlug uitbreiding nam en ‘talk of the town’ werd. Uiteindelijk zou het proces en de executie van de Chevalier de La Barre één van de beroemdste zaken worden die door de filosofen van de Verlichting werden ter harte genomen.
DE HEILIGSCHENNIS VAN HET CHRISTUSBEELD
De zaak begint met de ontering, ontdekt op 9 augustus 1765, van het kruisbeeld dat zich op de Pont Neuf van Abbeville bevindt. Dit beeld is op meerdere plaatsen doorkerfd met een snijdend voorwerp. In het verslag van de deurwaarder van de koning is er sprake van “aan het rechterbeen drie kerven van elk een duim lang en vier lijnen diep” en “twee sneden opzij van de maag”. In dit Picardisch dorpje is de ontreddering groot want in de geesten van de mensen is het niet een beeld of symbool dat toegetakeld is, maar God zelf. Spoedig fluistert men over een geheimzinnige bende die kruisbeelden vernietigt, hosties (het lichaam van Christus) op de grond gooit en met messen doorsteekt. De opschudding is zo groot dat de bisschop van Amiens, Mgr d’Orléans de La Motte, in hoogsteigen persoon en blootsvoets de “herstelling” leidt. Dit gebeurt in het bijzijn van alles wat de streek aan hoogwaardigheidsbekleders te bieden heeft.
Uiteindelijk zal blijken dat de kerven veroorzaakt werden door een passerende met hout geladen kar. Maar het kwaad is geschied.
DE IDEALE SCHULDIGE
Wie heeft die heiligschennis gepleegd? De geruchten koersen in wilde vaart rond. Bij gebrek aan bewijzen gaat men over tot ondervragingen. De pastoors roepen in de zondagsmissen op tot verklikking. Het grootscheepse onderzoek wordt geleid door Duval de Soicour, luitenant bij de politie van Abbeville. Die zal zich met enorme vastberadenheid in het onderzoek vastbijten, en hierbij valse getuigenissen en valse beschuldigingen niet schuwen. Hierin wordt hij resoluut bijgestaan door de luitenant bij de tribunal d’élection Belleval. Sinds zijn liefdesavances aan de tante abdis van het klooster van Willancourt afgewezen werden, heeft die een persoonlijk appeltje te schillen met de Chevalier de La Barre. De Chevalier had hierbij immers Belleval hooghartig bespot.
Geïntimideerd wijzen de ondervraagden naar de Chevalier de La Barre en twee medeplichtigen: Gaillard d’Etallonde (die de zoon was van de voorzitter van het ‘tribunal d’élection’) en Moisnel. Dit drietal had immers publiekelijk twee libertijnse antireligieuze liederen gezongen (in één ervan werd de heilige Maria-Magdalena een hoer genoemd). Daarenboven hadden de snoodaards in juli 1765 hun hoed niet afgenomen toen een processie met het Heilig Sacrament passeerde, en geweigerd te knielen.
Er volgt een huiszoeking bij Chevalier de La Barre en naast “erotische boeken” worden er nog 3 verboden boeken gevonden, waaronder de Dictionnaire Philosophique van de Verlichtingsfilosoof Voltaire. De affaire met het kruisbeeld verdwijnt wat op de achtergrond – de La Barre heeft trouwens een alibi.
Gevaarlijk wordt het voor de Chevalier de La Barre en zijn kompanen als de bisschop van Amiens (Abbeville valt onder zijn bevoegdheid) en traditionalistische gelovigen de zaak aangrijpen om een voorbeeld te stellen. In de verte komt immers de Franse Revolutie er aan (1789), de burgerij is zich al lang aan het roeren om meer macht, de Verlichtingsfilosofen laten van zich horen, de machtskerk wordt meer en meer in vraag gesteld, nieuwe tijden kondigen zich aan, ………
HET PROCES
Chevalier de La Barre denkt dat het o.a. door zijn familierelaties en zijn stand allemaal zo geen vaart zal lopen en bereidt zijn verdediging niet voor. Hij denkt er niet aan te vluchten. Ondanks een opmerkelijk pleidooi van de journalist en advocaat Linguet en de verdediging van de Chevalier in het parlement te Parijs door de vriendenkring rond de abdis van het klooster van Willencourt, wordt de aanvankelijke veroordeling tot de galleien omgezet in de doodstraf. De franse koning Louis XV himself wordt om een tussenkomst gevraagd. Die heeft er alle belang bij de Kerk te vriend te houden. Hij weigert gratie, officieel meldt hij weinig overtuigd te zijn van de argumenten van de verdediging. Zelfs de bisschop van Amiens, die beseft dat een doodstraf als een boemerang kan terugkomen, pleit voor een zachtere straf. Tevergeefs.
De Chevalier de La Barre wordt op 28 februari 1766 veroordeeld tot de kleine en grote foltering teneinde zijn medeplichtigen kenbaar te maken. Daarenboven zal hem de rechterhand worden afgehakt, en zijn tong afgesneden als hij ze zelf voldoende ver uitsteekt. Indien zijn medewerking te wensen overlaat dient de beul de tong tot aan de wortel met een ijzeren tang uit te rukken. Daarna dient hij onthoofd te worden en verbrand te worden samen met een exemplaar van het bij hem gevonden verboden boek Dictionnaire Philosophique van Voltaire. Er worden te Abbeville geen bereidwillige beulen gevonden (beul was in die tijd een beroep met een zekere standing). Uiteindelijk laat men er vijf uit Parijs overkomen. De beul Sanson neemt de onthoofding op zich. Op 1 juli 1766 wordt de executie uitgevoerd. Een pikant detail dat getuigt van de ingesteldheid van onze ridder: zijn bewaker heeft koffie gekregen om wakker te blijven. Chevalier vraagt ook koffie om wakker te blijven, “er rest me nog tijd genoeg om te slapen".
De tong verwijderen heeft twee voordelen: niet alleen wordt het wapen van de misdaad verwijderd zodat hij zelfs in de hel geen godslasterlijke praat meer zal uitslaan, maar daarenboven wil men zoveel mogelijk voorkomen dat hij op het schavot nog godslasterlijke (of opstandige) preken zou houden.
De laatste woorden van de Chevalier de la Barre waren typisch voor de 19-jarige jongere: “Ik had nooit gedacht dat men voor zo iets pietluttigs een eerbiedwaardig man ter dood zou brengen.” Zijn as werd, ter hoogte van het befaamde kruisbeeld, in de Somme gegooid. Thans staat er op de brug een monument met als inscriptie: “En commémoration du martyre du Chevalier de la Barre, supplicié a Abbeville le 1 juillet 1766, à l’age de 19 ans, pour avoir omis de saluer une procession”.
Deze executie deed de bevolking van Abbeville zo gruwen dat het onderzoek naar andere verdachten (met een uitzondering voor Gaillard d’Etallonde) nooit tot een proces leidde. Moisnel, die slechts 15 jaar jong was, bekende enkele goddeloosheden en kwam er met een boete vanaf.
Gaillard d’Etallonde (18 jaar) wordt eveneens veroordeeld. Hem moet op dezelfde manier de tong verwijderd worden en voor het hoofdportaal van de kerk de rechterhand worden afgehakt. Daarna moet hij op een vuilniskar naar het Marktplein worden gevoerd en met een ijzeren ketting aan een paal worden vastgeketend. Hierna wordt hij op een klein vuur levend verbrand.
Gaillard is echter realistischer (en heeft in tegenstelling tot de Chevalier wel het geld) en vlucht eerst naar Holland, en krijgt daar via Voltaire een job in het Pruisische leger.
De kerk herdenkt de zaak op haar manier: in 1775 komt er een nieuw kruisbeeld op de Pont Neuf van Abbeville. Voor die gelegenheid richt men een nieuwe brandstapel op, deze keer met de boeken van Voltaire en J.J. Rousseau.
VOLTAIRE EN DE VERLICHTING
Voltaire zal zijn uiterste best doen, eerst om hem vrij te krijgen en daarna om hem te rehabiliteren. Voltaire zal dit zelf nooit meemaken (hij sterft in 1778). Het blijft wachten tot na de Franse revolutie: de Conventie zal Chevalier de 25e Brumaire van het jaar II (15 november 1793) in eer herstellen. Intussen had de revolutie de begrippen "goddeloosheid" en "ketterij" in 1791 uit het strafrecht gehaald.
In 1774 verschijnen van Voltaire twee traktaten. “Relation de la mort du Chevalier de La Barre à Monsieur le Marquis de Beccaria” en “le Cri d’un sang innocent”. Voltaire wordt vervolgd wegens die boeken, maar zit intussen ongenaakbaar in Zwitserland. Via Diderot wordt hij op de hoogte gehouden.
De geschiedenis van de Chevalier heeft ook stof tot theater geleverd:
• Fabre d’Eglantine zijn Augusta (gespeeld in oktober 1787)
• Marsollier speelde in het théâtre des Italiens in juli 1791 het éénakter Chevalier de la Barre.
Het blijft echter wachten tot 9 december 1905 voor de wet tot scheiding tussen kerk en staat er komt.
In veel Franse steden en gemeenten vind je een straat, plein of beeld dat naar de Chevalier verwijst. We vermelden in het bijzonder dat van Parijs.
HET MONUMENT TE PARIJS MONTMARTRE
De bewoners van de Parijse wijk Montmartre hadden tot het laatst energiek deelgenomen aan de revolte die gekend zou worden als "de Commune van Parijs" van 1871. Daarvoor moesten ze gestraft worden. Niet alleen met gevangenis, galleien of verbanning ... ze moesten ook vernederd worden, dagelijks aan hun nederlaag herinnerd worden. Hoe kon men dit beter doen dan midden hun wijk, op het hoogste punt van Parijs een basiliek te bouwen om "Frankrijk te redden dat het verdiend had door God gestraft te worden wegens het aanmoedigen van de revolutionaire geest in de wereld".
In 1897 vraagt een comité van vrijdenkers aan de Parijse gemeenteraad om een standbeeld ter ere van Chevalier de la Barre op te mogen richten op een publiek plantsoen vlak voor de basiliek. Met succes: op 3 september 1905 wordt het beeld, ontworpen door Armand Bloch, door een menigte van 25.000 vrijdenkers "ingewijd". Op 4, 5 en 6 september wordt het Internationaal Congres van de Vrijdenkers gehouden. Een delegatie van de vrijmetselaarsloge Grand Orient de France is aanwezig. Ze worden op het stadhuis van Parijs ontvangen, meerdere gemeenteraadsleden waren trouwens lid van het comité.
In 1926 wordt de site heringericht, hierdoor verhuist het beeld naar de zijkant van de basiliek, square Nadar. Het is hierdoor niet langer een doorn in het oog van de bedevaarders.
Op 11 oktober 1941 beslist de, met de Duitsers samenwerkende, Vichy regering om alle metalen standbeelden te hersmelten. Uitzondering wordt gemaakt voor beelden van heiligen, koningen en koninginnen. Op vrijstelling moeten de beelden van humanisten, slachtoffers van de onverdraagzame kerk of filosofen niet rekenen. Chevalier de la Barre, Etienne Dolet, Voltaire, Rousseau, Condorcet, Victor Hugo, Diderot, Marat, Gambetta, Fourrier, Lavoisier, Brocat, Maria Deraismes, ... hen wacht de smeltoven. Maar de stenen sokkel met het opschrift "Chevalier de la Barre supplicié à l'âge de 19 ans pour n'avoir pas salué une procession" blijft op de plaats, Square Nadar. Op 24 februari 2001 kwam er een nieuw beeld. Vlak achter de basiliek is er trouwens een rue du Chevalier de la Barre, tussen de rue Ramey en de rue du Mont-Cenis.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten