woensdag 1 april 2009

markies D.A.F. de Sade

DE WILDE AVONTUREN VAN D.A.F. DE SADE

Donatien Alphonse François, marquis de Sade, Frans schrijver, geboren te Parijs en gestorven in het verzorgingstehuis van Charenton waar Napoleon hem had laten opsluiten als ongeneeslijke gek (1740-1814); auteur van Justine, Juliette, Aline en Valcourt, enz. Zijn romans, beroemd door hun kwaadwillige obsceniteit, hebben geen enkele literaire waarde. (uit: Larousse Universel 1922)

Naar aanleiding van het lanceren van de film “De SM Rechter” werd in de pers gretig gebruik gemaakt van het woord 'sadisme' om de sfeer van zweepjes en latexondergoed weer te geven, zonder evenwel dieper op dat woord in te gaan. De term werd gelanceerd door de Duitse psychiater Richard von Krafft-Ebing in zijn werk Psychopatia sexualis uit 1889. Hij benoemde hiermee het bestaan van een seksuele perversie of afwijking, waarbij we niet mogen uit het oog verliezen dat hij alle seksuele contacten die niet klassiek-hetero-volwassenen waren (inbegrepen het voorspel) als pervers benoemde. De tijden zijn veranderd, maar laat ons eens nagaan wie die de Sade wel was.

De Sade werd opgevoed door zijn oom Jacques-François de Sade, die priester was maar er een zeer brede en libertijnse opvatting en levensstijl op nahield, en ook bevriend was met Voltaire en zijn Emilie. Hij volgde school bij de Jezuïeten op Louis-le-Grand. Als lid van de oude adel (noblesse d'épée) had ons hoofdpersonage na deelname (als kolonel van de dragonders) aan de zevenjarige oorlog van Frankrijk met Pruisen, een rustig leventje kunnen leiden. In 1766 arrangeert zijn vader, die vindt dat het liederlijke leven van zoonlief in toom moet gehouden worden, een huwelijk met de rijke dochter van de voorzitter van de rechtbank Renée-Pélagie de Montreuil. Het gezin vestigt zich in Lacoste (Provence) waar hij bij haar twee zonen en een dochter verwekt. Hij bouwt er ook een theater. Hij trekt meer en meer op met zijn jongere schoonzuster Anne-Prospere. Hij krijgt zijn eerste veroordeling wegens godslastering en raakt er op Pasen 1768 in de problemen wanneer een prostituee die hij al dan niet gevangen houdt, ontsnapt en grootse verhalen vertelt over haar seksuele verplichtingen op het kasteel. De Sades libertijnse en atheïstische levensopvattingen brachten hem vaak in conflict met de overheid, maar zouden evenmin als een aantal seksuele vergrijpen tot een veroordeling hebben geleid, als zijn schoonmoeder hem niet door middel van een “lettre de cachet” zou hebben aangeklaagd. Dit is een soort voorwaardelijke gevangenisstraf die buiten de rechtbank door de koning opgelegd wordt, en elk moment op last van de koning kan in uitvoer gebracht worden. Zeer gevreesd door de Franse progressieve krachten, en vrijwel onmiddellijk na de Franse Revolutie afgeschaft. Schoonmoeder was de strapatsen niet alleen beu, ze zag eveneens hoe de schoonzoon het familiefortuin verbraste.

In 1172 begint het serieus te worden. Te Marseille wordt hij betrokken bij een zaak waar prostituees bijna het leven laten na een overdosis Spaanse Vlieg. Dit is een keversoort (lytta vesicatoria) die gedroogd het krachtige gif cantharidine oplevert. Dit blaartrekkend gif zou ook een afrodiserende werking hebben, maar kan bij onoordeelkundig gebruik zelfs tot de dood leiden. Samen met zijn knecht wordt hij beschuldigd van sodomie, homoseksuele handelingen. Ze krijgen de doodstraf maar slagen er in te vluchten naar Italië, samen met zijn schoonzuster. De markies pendelt terug naar Lacoste, waar zijn vrouw hem blijft helpen bij zijn ontsnappingen. Hij neemt personeel in dienst dat echter zelden lang blijft. De Sade verlangt meer van hen dan het kuisen van de sla. Van eentje komt in 1777 de verontwaardigde vader rekenschap vragen: hij vuurt van dichtbij zijn revolver af maar mist toch nog de Sade. Datzelfde jaar lokt men hem in de val door hem naar zijn zieke moeder (die in werkelijkheid reeds gestorven was) te lokken. Opgesloten in het kasteel van Vincennes wordt hij weliswaar vrijgesproken in verband met de zaken van 1172, maar schoonmoeder slaagt er in haar “lettre de cachet” te laten uitvoeren en de markies blijft vastzitten. In 1784 wordt hij overgeplaatst naar de gevangenis van de Bastille. De 2e juli 1789 speelt hij een glansrol: vanuit zijn celraam schreeuwt hij naar de voorbijgangers dat er binnenin gevangenen vermoord worden. Het komt herhaaldelijk tot opstootjes en de overheid besluit de Sade over te brengen naar het krankzinnigengesticht van Charenton nabij Parijs. Op 14 juli 1789 wordt de Bastille ingenomen, de Franse Revolutie is begonnen!

In 1790 wordt hij vrijgelaten en de lettres de cachets worden vernietigd. Zijn vrouw scheidt van hem. De Sade begint een verhouding met de actrice Marie-Constance Quesnet, een alleenstaande moeder met een zesjarige zoon. Zij blijven een koppel tot zijn dood. Intussen staat hij vierkant achter de Revolutie en is zelfs een radicaal: hij wordt verkozen tot woordvoerder van de 'groupe des piques' die als thuisbasis de Plaçe Vendome hebben. Hij lanceert de ene atheïstische petitie na de andere, ageert tegen diegenen die een nieuwe godsdienst van de rede of zelfs een nieuwe godsdienst van het Opperwezen willen invoeren ter vervanging van het gediscrediteerde christendom. Vergeten we niet dat het deïsme bijzonder populair was, bv Voltaire's versie waar een god alles geschapen heeft maar er zich verder niets meer van wil aantrekken. Markies de Sade schreef teksten ter verdediging van Marat en Pelletier, maar kreeg het intussen herhaaldelijk lastig met zijn aristocratische achtergrond. Zo plunderde het volk zijn kasteel te Lacoste, en de Sade ziet zich verplicht de ruïnes te verkopen. Het kasteel is sinds 1990 in bezit van Pierre Cardin. De zoon van markies de Sade deserteert uit het revolutionaire leger en zijn eigen naam verschijnt ten onrechte op de lijst van de uitwijkende adel (de émigres) die zich aan het organiseren zijn voor een tegenoffensief. Hij trekt zich terug uit de vuurlijn maar wordt nu beschuldigd van “moderatisme”. Fouquier-Tinville beschuldigt hem van spionage en samenheulen met de vijand. Hij ontsnapt nauwelijks aan de guillotine, en zal er door de verwarring die administratief heerst – sommigen insinueren een door Constance Quesnet betaalde 'pots-de-vin' – weer in slagen onder te duiken. Robespierre verliest de pedalen en het hoofd, waardoor de markies wat ademruimte krijgt. Gans de historie bevestigt hem wel in zijn afkeer voor de staat als onderdrukker, en zijn teksten en tussenkomsten tegen de doodstraf krijgen een persoonlijk kleurtje.

In 1801 stuurt de Sade zijn nieuwste roman Justine en Juliette naar Napoleon. Volgens de legende zou Napoleon het boek in het vuur gegooid hebben, in ieder geval schrijft hij in zijn dagboeken van op Elba dat dit het slechtste boek is dat hij ooit in handen heeft gekregen. Tegelijk circuleert er een boekje Zoloë et ses deux acolythes. Het boekje vertelt zonder omwegen de intiemste details van het beruchte sexleven van Josephine de Beauharnais, de vrouw van Napoleon. Het boekje staat vol met details die enkel door de 'incrowd' gekend zijn. Alhoewel de Sade zijn best had gedaan het auteurschap anoniem te houden, kan hij niet ontsnappen aan de woede van Napoleon. Komt daarbij dat Napoleon bezig is de paus gunstig te stemmen, hij wil daarvoor zelfs kerkelijk trouwen (alhoewel hij tot afgrijzen van de paus van de plechtigheid één grote Napoleonshow zal maken) en de Notre-Dame aan de kerk teruggeven. De zedeloze atheïst D.A.F. De Sade is een ideaal geschenk op het altaar van de verzoening met de kerk.

Napoleon neemt echter geen risico: deze keer geen gevangenis maar het gekkenhuis. Hieruit is geen ontsnappen meer mogelijk. De Sade is intussen echter volledig verarmd en overleeft met wat zijn vriendin en schoonzus hem bezorgen (en dat is niet alleen voedsel maar eveneens allerlei seksueel speelgoed). Hij slaagt er eveneens in honderden bladzijden pornoverhalen te schrijven, maar de manuscripten worden in het bijzijn van zijn zoon bij het overlijden van de Sade door de politie verbrand. De directeur van het gesticht, die zijn tijd vooruit is op het vlak van geesteszorg, laat de Sade theaterstukken schrijven en opvoeren door de bewoners (geen porno).

Pas recent zijn de nakomelingen terug in de schijnwerpers gekomen: er valt weer wat geld te verdienen met de markies. Via De Morgen kon men een paar jaar geleden zelfs goedkoop aan het boek 120 dagen van Sodoma geraken, maar het is allang niet meer nodig de boeken van de Sade onder de toonbank te verkopen. Uit een bespreking: “… toont de Sade als een groot vormgever, die de wending markeert van de 18e eeuw naar de Nieuwe Tijd. … de Sade gezien als de schepper van een taalsysteem waarin een eindeloos aantal aberraties getransformeerd wordt naar het vlak van de vorm.” De Sade bouwt zijn eigen wereld op, een wereld die niet werkelijk is, maar een decor waarin de mens rondhuppelt als wezen dat in principe tot alles in staat is. Een wezen dat maar één doel heeft: zo veel mogelijk genot. De Sade blijft de trotse edelman die met verbazing neerkijkt op de rest van de wereld. Wanneer de Sade in de gevangenis zit in verband met de Spaanse Vlieg problemen, beklaagt hij zich over het onrecht dat hem aangedaan wordt: “ en dat allemaal voor een stelletje hoeren”. Denk daar maar eens aan als je één van zijn boeken probeert te lezen.

De Sade was een radicale gewetenloze toepassing van een extreme vorm van rationeel denken, maar verviel daardoor in een karikatuur van de absolute irrationaliteit. Het is te gemakkelijk de Sade te herleiden tot zijn pornografische werken, maar wie zijn privéleven bestudeert vindt ook daarin weinig stichtends. Hij was een voorstander van absolute vrijheid, op zijn minst van de wellust, ongeremd door moraliteit, religie of wet, met de zoektocht naar persoonlijk vermaak als het hoogste doel. Als er geen god bestaat om hem te straffen, als de controle door de staat te verwerpen is, wie zou de Sade dan mogen tegenhouden? Voer voor moralisten!

Uit “de filosoof in de slaapkamer”. Na een lange opsomming van de kwaliteiten van de man waar
ze een afspraak mee heeft, begint het hoofdpersonage te vermoeden dat er toch een foutje aan de gast zit : “Hij gelooft toch niet in God, hoop ik?”

Geen opmerkingen: